Alle soorten › Zangvogels › Kraaiachtigen › Ekstergaai

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Ekstergaai | Cyanocorax formosus

White-throated Magpie-Jay | Urraca hermosa cara blanca

De ekstergaai is een grote gaai met een lange, getrapte staart, een kuif van naar voren gekrulde veren en een witte keel en borst. Groepen trekken luidruchtig door droogbos, savanne met bomen, weiland en dorpen langs de Pacifische kant van Midden-Amerika. In het gidsgebied leeft hij van het zuidwesten van Mexico tot het noordwesten van Costa Rica.

Ekstergaai (Cyanocorax formosus)
Foto: Biegou — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Zeer gevarieerd: harde, schelle en raspende roepen, papegaaiachtige kreten, klikkende geluiden en fluittonen. Waarschuwt luid bij verstoring en volgt vaak mensen of roofdieren met alarmroepen.

Luister: RoepXC956262

Opname: Étienne Leroy — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

43–56 cm, waarvan ongeveer de helft staart. Kuif hoog en naar voren gekruld, zwart met blauwige veerpunten. Gezicht, keel en onderdelen wit, met een smalle zwarte band die van achter het oog langs de hals over de bovenborst loopt. Bovendelen grijsblauw tot blauw. Staart lang en getrapt, blauw met brede witte toppen aan de buitenste veren. Snavel en poten zwart.

Verwarrings­soorten

De collies ekstergaai Cyanocorax colliei in het noordwesten van Mexico heeft een zwarte keel en borst en een nog langere staart; in de overgangszone in het westen van Mexico komen mengvormen voor. De bruine gaai Cyanocorax morio is bruin met een witte of donkere buik en heeft geen kuif.

Leefgebied

Tropisch droogbos, doornstruweel, open bos, savanne met verspreide bomen, weiland met bomen, bosranden en dorpen, tuinen en parken. Zoekt in groepen in bomen en op de grond naar insecten, kleine gewervelde dieren, eieren, vruchten en nectar. Broedt coöperatief: jonge vogels uit eerdere jaren helpen bij het grootbrengen van de jongen.

Verspreiding en trek

Pacifische kant van het zuidwesten van Mexico, vanaf ongeveer Jalisco en Colima, door Guatemala, El Salvador, Honduras en Nicaragua tot het noordwesten van Costa Rica, plaatselijk ook in droge binnenlanden. Het hele verspreidingsgebied ligt in het gidsgebied.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Algemeen en vaak weinig schuw in Guanacaste in Costa Rica, onder meer bij het Nationaal Park Palo Verde, waar groepen ook rond dorpen en parkeerplaatsen voedsel zoeken.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Algemeen en goed bestand tegen open, door mensen veranderd terrein.

Wetenschappelijke naam

Cyanocorax formosus | (Swainson, 1827) (GBIF: Calocitta formosa)

Swainson beschreef de soort in 1827 als Pica formosa; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Cyanocorax werd in 1826 ingevoerd door Boie. Cyanocorax is Grieks, van kuanos 'donkerblauw' en korax 'raaf': een 'blauwe raaf', naar de blauwe kleuren van veel soorten. formosus is Latijn voor 'mooi, sierlijk', naar het fraaie blauw-witte verenkleed en de lange staart. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Temascaltepec, staat México, Mexico.