Alle soorten › Zangvogels › Troepialen › Geelrugtroepiaal

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Geelrugtroepiaal | Icterus chrysater

Yellow-backed Oriole | Bolsero dorso dorado

De geelrugtroepiaal is een grote, geheel gele troepiaal met een zwart masker en zwarte vleugels en staart. Anders dan de meeste andere troepialen in het gidsgebied heeft hij een gele rug. Hij leeft van het zuidoosten van Mexico tot Nicaragua, ontbreekt in Costa Rica en komt opnieuw voor in Panama en verder in het noorden van Zuid-Amerika.

Geelrugtroepiaal (Icterus chrysater)
Foto: IvanVillacorte — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een langzame, onregelmatige reeks heldere, volle fluittonen die wat aan menselijk fluiten doet denken. Als roep een nasaal njeh en een droog tsjek.

Luister: ZangXC1072537

Opname: Max Noack — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

21–23 cm. Kop, rug, stuit en onderdelen geel tot oranjegeel, op de kop en borst vaak met een oranje zweem. Zwart masker van voorhoofd en teugel tot rond het oog, doorlopend in een zwarte keel en bovenborst. Vleugels en staart geheel zwart, zonder witte vleugelbanden en zonder geel in de staart. Snavel krachtig en zwart, met een blauwgrijze basis van de ondersnavel. Mannetje en vrouwtje zijn vrijwel gelijk; het vrouwtje is soms iets groener op de rug. Jonge vogels zijn olijfgeel met een minder uitgebreid zwart masker.

Verwarrings­soorten

De geelstaarttroepiaal Icterus mesomelas heeft een zwarte rug, een gele schoudervlek en geel in de staart. De witbandtroepiaal Icterus maculialatus heeft een zwarte rug en een witte vleugelband. De altamiratroepiaal Icterus gularis is oranjer, heeft een zwarte rug en een oranje schoudervlek. Op het schiereiland Yucatán heeft de yucatántroepiaal Icterus auratus een oranje rug en witte vleugelbanden.

Leefgebied

Halfopen pijn-eikenbos, pijnsavannen, randen van nevelwoud en vochtig bos, secundair bos, schaduwkoffie en terrein met verspreide bomen, van zeeniveau (pijnsavannen in Belize en op het schiereiland Yucatán) tot ongeveer 2500 m. Zoekt in paren of kleine groepen in de boomkruinen naar insecten, vruchten en nectar.

Verspreiding en trek

Zuidoosten van Mexico (Veracruz, Oaxaca, Chiapas en het schiereiland Yucatán) door Belize, Guatemala, El Salvador en Honduras tot het noorden van Nicaragua. Ontbreekt in Costa Rica en komt plaatselijk weer voor in Panama. Buiten het gidsgebied in Colombia en Venezuela.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Vaak te horen voordat hij gezien wordt: de langzame fluittonen dragen ver door open pijn-eikenbos. In Belize geregeld in de pijnsavannen langs de wegen in het binnenland.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Vrij algemeen in halfopen bos en goed bestand tegen kleinschalige ontginning.

Wetenschappelijke naam

Icterus chrysater | (Lesson, 1844)

Lesson beschreef de soort in 1844 als Xanthornus chrysater; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Icterus werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Icterus komt van het Griekse ikteros, een gele vogel — doorgaans opgevat als de wielewaal — waarvan de aanblik geelzucht zou genezen. chrysater combineert Grieks khrusos 'goud' en Latijn ater 'zwart', naar het goudgele en zwarte verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Mexico.