Alle soorten › Spechtachtigen › Spechten › Goudnekspecht

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Muisvogels, scharrelaars en spechten Coraciimorphae › Trogons en holenbroeders Cavitaves › Neushoornvogels, ijsvogels en spechten Picocoraciae › IJsvogels, bijeneters en spechten Picodynastornithes

Goudnekspecht | Melanerpes chrysauchen

Golden-naped Woodpecker | Carpintero nuquidorado

De goudnekspecht is een kleine, bonte specht met een beperkt verspreidingsgebied in de Pacifische laaglanden en voetheuvels van het zuiden van Costa Rica en het westen van Panama. Hij leeft in paren of kleine familiegroepen in het kronendak van vochtig bos en slaapt met meerdere vogels samen in een boomholte. Hij is nauw verwant aan de zwartwangspecht van de Caribische kant.

Goudnekspecht (Melanerpes chrysauchen)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een ratelend, rollend tsjurrr en een herhaald krrrt, ook in groepjes gegeven. Roffelt in korte reeksen.

Luister: ZangXC548241

Opname: Johan Chaves — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

17–19 cm. Een zwart masker loopt van het oog naar de nek; het voorhoofd en de nek zijn goudgeel. Het mannetje heeft een rode kruin tussen het gele voorhoofd en de gele nek, het vrouwtje een zwarte kruin. De rug is zwart met een brede witte middenstreep, de vleugels zijn zwart met fijne witte bandering en de stuit is wit. De keel en borst zijn olijfgrijs, de buik in het midden rood, en de flanken zwart-wit gebandeerd.

Verwarrings­soorten

De zwartwangspecht Melanerpes pucherani komt alleen aan de Caribische kant voor en heeft een zwart-wit gebandeerde rug zonder witte middenstreep en een rode nek. De roodkruinspecht Melanerpes rubricapillus, in hetzelfde gebied algemeen in open land, heeft een gebandeerde rug, een lichte kop zonder zwart masker en een lichtbruine onderkant. Hoffmanns specht Melanerpes hoffmannii van het noordwesten van Costa Rica lijkt op de roodkruinspecht, met een gele nek.

Leefgebied

Vochtig laaglandbos en voetheuvelbos tot ongeveer 1500 m, hoog secundair bos, bosranden en open terrein met grote dode bomen naast bos. Zoekt in het kronendak naar insecten en eet daarnaast veel vruchten. Nestelt in dode bomen, vaak hoog boven de grond, en jongen uit een eerder nest helpen soms bij het grootbrengen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Pacifische helling van Costa Rica, van ongeveer Quepos en de Valle de El General zuidwaarts over het schiereiland Osa en langs de Golfo Dulce tot de grens met Panama. In Panama in het westen van Chiriquí, waar de soort door ontbossing sterk is achteruitgegaan en nu zeldzaam is.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Algemeen op het schiereiland Osa, onder meer bij Corcovado, en in de bossen rond de Golfo Dulce, zoals bij Piedras Blancas. Dode bomen aan de bosrand worden vaak gebruikt als uitkijkpost en nestboom en zijn de beste plek om te wachten.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Het verspreidingsgebied is klein, en ontbossing heeft de soort vooral in Panama teruggedrongen, maar in de beschermde gebieden van het zuiden van Costa Rica is hij algemeen.

Wetenschappelijke naam

Melanerpes chrysauchen | Salvin, 1870

Salvin beschreef de soort in 1870 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Melanerpes werd in 1832 ingevoerd door Swainson. Melanerpes is Grieks, van melas 'zwart' en herpēs 'kruiper': 'zwarte kruiper'. chrysauchen is Grieks, van khrusos 'goud' en aukhēn 'nek', naar de goudgele nek. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Bugaba (Chiriquí), Panama.