Alle soorten › Zangvogels › Tangaren › Graslandsaffraangors

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Graslandsaffraangors | Sicalis luteola

Grassland Yellow Finch | Chirigüe sabanero

De graslandsaffraangors is een kleine, gele en gestreepte gors-achtige tangare van open grasland, natte weiden en rijstvelden. Mannetjes zingen in een baltsvlucht waarbij ze opstijgen en zingend naar beneden zweven. In het gidsgebied komt hij zeer plaatselijk voor van het zuiden van Mexico tot Panama.

Graslandsaffraangors (Sicalis luteola)
Foto: Clodomiro Esteves Junior — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Zang een lange, snelle reeks zoemende trillers en gekwetter, vaak in de baltsvlucht of vanaf een grashalm of draad. Roep een kort tsip, in groepen een droog getjilp.

Luister: ZangXC1141818

Opname: Mateus Gonçalves Santos — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

12–13 cm. Mannetje van boven olijfbruin met duidelijke donkere strepen op kruin, mantel en rug; stuit groener en ongestreept. Gezicht geel, vooral rond het oog en tussen oog en snavel. Onderdelen heldergeel, op de borst en flanken olijfkleurig gewassen. Vleugels donker met lichte randen. Korte, kegelvormige, lichte snavel. Het vrouwtje is doffer en bruiner, met een vaalgele onderzijde en weinig geel in het gezicht.

Verwarrings­soorten

De gewone saffraangors Sicalis flaveola is groter, het mannetje heeft een oranje voorkruin en een vrijwel ongestreepte gele rug. De sprinkhaangors Ammodramus savannarum lijkt in houding en leefgebied, maar is van onderen bleek okerkleurig, niet geel. Het vrouwtje van de dickcissel Spiza americana is groter en heeft een witte keel met een donkere baardstreep en roestbruine vleugeldekveren. De grote cubavink Tiaris olivaceus heeft een ongestreepte olijfgroene rug en een geel-zwart gezichtspatroon.

Leefgebied

Open grasland, natte weiden, moerasranden, rijstvelden en ander akkerland, vooral in het laagland, plaatselijk hoger in open berggebied. Eet vooral graszaden en zoekt op de grond of in het gras naar voedsel. Buiten de broedtijd in groepen, in rijstvelden soms in grote aantallen. Het nest ligt laag in een graspol.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Verspreid en zeer plaatselijk: in het zuiden en oosten van Mexico, vooral in het laagland van Veracruz en Tabasco, en verder in Guatemala, Belize, Honduras, Nicaragua, Costa Rica en Panama. Trekt rond en duikt op nieuwe plekken op waar geschikt grasland of rijstbouw ontstaat. Buiten het gidsgebied in een groot deel van Zuid-Amerika, van Colombia en Venezuela tot Argentinië en Chili.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het best te zoeken in rijstvelden en natte weiden in het laagland, in Panama bijvoorbeeld in het gebied rond Tocumen ten oosten van Panama-Stad. Zingende mannetjes zijn in hun baltsvlucht van ver te zien.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Plaatselijk algemeen; profiteert van ontbossing en rijstbouw en breidt zich in het gidsgebied uit.

Wetenschappelijke naam

Sicalis luteola | (Sparrman, 1789)

Sparrman beschreef de soort in 1789 als Emberiza luteola; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Sicalis werd in 1828 ingevoerd door Boie. Sicalis komt van het Griekse sikalis, een klein vogeltje met een zwarte kop dat Aristoteles en Epicharmus noemen, mogelijk een grasmus. luteola is een verkleinwoord van het Latijnse luteus 'saffraangeel', naar het gele verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit niet vermeld.