Alle soorten › Stormvogelachtigen › Pijlstormvogels › Grauwe pijlstormvogel
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Keerkringvogels en watervogels Phaethoquornithes › Water- en moerasvogels Aequornithes
Grauwe pijlstormvogel | Ardenna grisea
Sooty Shearwater | Pardela sombría
De grauwe pijlstormvogel is een van de talrijkste zeevogels ter wereld. Hij broedt op het zuidelijk halfrond en trekt in de zuidelijke winter in grote lussen door de Stille en de Atlantische Oceaan naar het noorden en weer terug. In het gidsgebied is hij vooral voor de Pacifische kust van Baja California een geregelde doortrekker en zomergast, soms in grote groepen.
Geluid
Op zee vrijwel stil; bij voedselconcurrentie soms krassende geluiden. In de kolonie 's nachts kreunende en koerende roepen.
Opname: David Boyle — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
40–51 cm. Grote, geheel donkere pijlstormvogel met lange, smalle, ver naar achteren geplaatste vleugels, een vrij kort lichaam en een korte staart. Het verenkleed is donker chocoladebruin, aan de onderzijde iets lichter. De ondervleugeldekveren vormen een zilvergrijze tot witachtige baan midden over de ondervleugel, die oplicht wanneer de vogel kantelt. Snavel lang, slank en donker; poten donker. Vliegt met snelle, stijve vleugelslagen en lange glijvluchten, bij harde wind in hoge bogen. Man en vrouw zijn gelijk.
Verwarringssoorten
De donkere vorm van de wigstaartpijlstormvogel Ardenna pacifica heeft een egaal donkere ondervleugel, een lange, spitse staart, vleeskleurige poten en een rustige, zwevende vlucht. De zwarte stormvogel Procellaria parkinsoni heeft een lichte snavel met een donkere punt en vliegt trager. De kleine wigstaartpijlstormvogel Puffinus nativitatis is kleiner, met een donkere ondervleugel. Donkere jagers, zoals de middelste jager Stercorarius pomarinus, hebben bredere vleugels met een witte vlek aan de basis van de handpennen.
Leefgebied
Open oceaan, zowel boven diep water als boven het continentaal plat, soms ook dicht onder de kust; volgt soms schepen. Eet vis, inktvis en krill, die aan het oppervlak worden gepakt of met duiken tot tientallen meters diep worden gevangen. Broedt in holen op begroeide eilanden op het zuidelijk halfrond.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Vooral voor de Pacifische kust van Baja California, waar in voorjaar en zomer soms grote groepen langstrekken of foerageren; ook in de monding van de Golf van Californië. Verder zuidelijk langs de Pacifische kust tot Panama een schaarsere doortrekker, vooral ver uit de kust. In de Golf van Mexico en aan de Caribische kant zeldzaam. Buiten het gidsgebied broedt de soort rond Nieuw-Zeeland en Zuid-Australië, in het zuiden van Chili, rond Vuurland en op de Falklandeilanden, en trekt ze door de Stille en de Atlantische Oceaan tot in subarctische wateren.
Hoe en wanneer kijken
Zeewaarnemingen vanaf kapen en pelagische tochten voor de westkust van Baja California in het voorjaar en de zomer bieden de meeste kans. Een geheel donkere pijlstormvogel met een zilverige middenbaan op de ondervleugel en een stijve, snelle vleugelslag is vrijwel zeker deze soort.
Staat van instandhouding
Gevoelig. De wereldpopulatie telt nog vele miljoenen vogels, maar is in de afgelopen decennia afgenomen. Als oorzaken gelden bijvangst in de visserij, het oogsten van jongen in Nieuw-Zeeland en veranderingen in het voedselaanbod door opwarming van de oceaan.
Wetenschappelijke naam
Ardenna grisea | (Gmelin, 1789) (GBIF: Puffinus griseus)
Gmelin beschreef de soort in 1789 als Procellaria grisea; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Ardenna werd in 1853 ingevoerd door Reichenbach. Ardenna gaat terug op Artenna, de spelling die de Italiaanse natuuronderzoeker Ulisse Aldrovandi in 1603 voor een zeevogel gebruikte en die Reichenbach bij de naamgeving aanhaalde. grisea is middeleeuws Latijn voor 'grijs'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Nieuw-Zeeland.

