Alle soorten › Zangvogels › Lijsters › Grijskeeldwerglijster

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Grijskeeldwerglijster | Catharus gracilirostris

Black-billed Nightingale-Thrush | Zorzalito piquinegro

De grijskeeldwerglijster is de kleinste dwerglijster: een donkere, grijze en olijfbruine Catharus met een geheel zwarte, dunne snavel. Hij leeft alleen in het hooggebergte van Costa Rica en het westen van Panama, in bergbos en struweel tot boven de boomgrens. Hij is weinig schuw en loopt vaak openlijk over paden en bosranden.

Grijskeeldwerglijster (Catharus gracilirostris)
Foto: Jerry Oldenettel — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang bestaat uit korte, hoge, enigszins ijle fluitfrasen van een paar tonen, met pauzes herhaald en per vogel wisselend. Roept met een dun, hoog sie en een zacht, nasaal miauwend geluid.

Luister: ZangXC498300

Opname: Odirlei Vieira da Fonseca — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

14–16 cm. Bovendelen donker olijfbruin, kop grijzer met een donkere kruin. Keel, wangen en borst grijs, op de borst vaak een vage olijfbruine band; buikmidden witachtig, flanken grijsbruin. Snavel dun en geheel zwart; poten donker grijsbruin; geen opvallende oogring. Ogen donker. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn donkerder met lichte vlekjes.

Verwarrings­soorten

De bergdwerglijster Catharus frantzii leeft meestal lager, heeft een warm roodbruine kruin en een oranje ondersnavel. De geelbekdwerglijster Catharus aurantiirostris heeft een oranje snavel, oranje oogring en oranje poten en leeft in lagere, drogere streken. De grijsrugdwerglijster Catharus fuscater heeft een donkere leigrijze rug, een lichte iris, een oranje snavel en een oranje oogring.

Leefgebied

Ondergroei en randen van bergbos met eiken en bamboe, hoger in dwergbos, struweel en de overgang naar de páramo boven de boomgrens; meestal boven 2200 m en tot op de hoogste toppen, plaatselijk lager. Zoekt op de grond en laag in struiken naar insecten, wormen en kleine vruchten. Bouwt een komvormig nest van mos laag in een struik of bamboe.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Alleen in het gidsgebied: het hooggebergte van Costa Rica (de Cordillera Central en de Cordillera de Talamanca) en het westen van Panama, in de provincie Chiriquí.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Goed te zien op de Cerro de la Muerte in de Cordillera de Talamanca en op de Volcán Irazú in Costa Rica, en op de Volcán Barú in Panama. Vaak foeragerend op wandelpaden, wegbermen en open plekken tussen struiken, waar hij weinig schuw is.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Klein verspreidingsgebied, maar plaatselijk algemeen en grotendeels binnen beschermde gebieden. Opwarming die de hooggelegen leefgebieden doet krimpen kan op termijn een knelpunt worden.

Wetenschappelijke naam

Catharus gracilirostris | Salvin, 1865

Salvin beschreef de soort in 1865 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Catharus werd in 1850 ingevoerd door Bonaparte. Catharus komt van het Griekse katharos 'zuiver, schoon'; de naam doelde op het gave verenkleed van de oranjesnavelnachtegaallijster. gracilirostris is Latijn, van gracilis 'slank' en -rostris '-snavelig', naar de dunne snavel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Vulkaan van Cartago (Irazú), Costa Rica.