Alle soorten › Spechtachtigen › Spechten › Grijskruinspecht

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Muisvogels, scharrelaars en spechten Coraciimorphae › Trogons en holenbroeders Cavitaves › Neushoornvogels, ijsvogels en spechten Picocoraciae › IJsvogels, bijeneters en spechten Picodynastornithes

Grijskruinspecht | Colaptes auricularis

Grey-crowned Woodpecker | Carpintero corona gris

De grijskruinspecht is een middelgrote, olijfgroene specht die alleen in het westen van Mexico voorkomt, op de Pacifische helling van het zuiden van Sonora tot Oaxaca. Hij is te herkennen aan de effen grijze kruin zonder rood in de nek en de fijn gebandeerde, lichte onderkant.

Grijskruinspecht (Colaptes auricularis)
Foto: Laura Gaudette — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een schorre, dalende kjieuw, een snelle, ratelende reeks ki-ki-ki-ki en een zacht wieka-wieka tussen partners. Trommelt in korte roffels.

Luister: RoffelXC451293

Opname: Richard E. Webster — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

19–21 cm. Kruin en achterhoofd effen grijs, het gezicht vuilwit tot lichtgrijs. Het mannetje heeft een rode baardstreep, het vrouwtje een grijze of olijfkleurige. De bovenkant is olijfgroen met vage, donkere bandering; de onderkant is geelachtig wit met dichte, smalle olijfzwarte bandering. Ondervleugel en de schachten van de staartpennen zijn geelachtig. De snavel is donker en vrij kort.

Verwarrings­soorten

De olijfrugspecht Colaptes rubiginosus, die in een deel van hetzelfde gebied voorkomt, heeft een rode band langs de zijkant van de grijze kruin en een rode nek; bij het mannetje is ook de baardstreep rood. Hij is bovendien wat groter en heeft een meer goudgroene rug. Bij de grijskruinspecht ontbreekt rood in de nek bij beide geslachten.

Leefgebied

Eiken- en pijn-eikenbos, droog loofbos en galerijbos op de berghellingen en in de heuvels, vooral tussen ongeveer 500 en 2500 m, plaatselijk lager. Zoekt insecten op stammen en dikke takken in de middelste en hogere boomlaag en komt ook in koffieplantages en bosranden.

Verspreiding en trek

Endemisch voor Mexico: Pacifische helling en aangrenzende sierra's van het zuiden van Sonora en het zuidwesten van Chihuahua door Sinaloa, Durango, Nayarit, Jalisco, Colima, Michoacán en Guerrero tot Oaxaca.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Wordt regelmatig gezien in de Reserva de la Chara Pinta aan de weg van Mazatlán naar Durango in Sinaloa en bij Rancho Primavera bij El Tuito in Jalisco.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Plaatselijk vrij algemeen in zijn beperkte gebied, maar gevoelig voor kap van eiken- en droog bos.

Wetenschappelijke naam

Colaptes auricularis | (Salvin & Godman, 1889)

Salvin & Godman beschreef de soort in 1889 als Chloronerpes auricularis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Colaptes werd in 1825 ingevoerd door Vigors. Colaptes is Grieks kolaptēs 'beitelaar', van kolaptō 'hakken, beitelen', naar het hakken in hout. auricularis is Latijn voor 'van het oor', van auris 'oor', naar de oorstreek met de opvallende wangtekening. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Xautipa, Sierra Madre del Sur, Guerrero, Mexico.