Alle soorten › Zangvogels › Ovenvogels en muisspechten › Grijswangmuisspecht

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Grijswangmuisspecht | Dendrocincla fuliginosa

Plain-brown Woodcreeper | Trepatroncos pardo

De grijswangmuisspecht is een egaal bruine muisspecht van vochtig laaglandbos in het zuiden van Midden-Amerika. Hij volgt geregeld zwermen trekmieren en vangt daar de insecten en andere ongewervelde dieren die voor de mieren opvliegen. In het gidsgebied leeft hij van Honduras tot Panama.

Grijswangmuisspecht (Dendrocincla fuliginosa)
Foto: gailhampshire from Cradley, Malvern, U.K — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een lange, snelle reeks nasale tonen die eerst aanzwelt en dan wegsterft, vooral bij zonsopkomst en zonsondergang. Daarnaast een nasaal, piepend tsjie-uh.

Luister: ZangXC994910

Opname: Jaime Suárez — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

20–22 cm. Vrijwel ongetekend olijfbruin, met roodbruine vleugels en staart. Wang grijzig, met een donkere streep achter het oog en een onduidelijke donkere baardstreep; keel iets lichter. Geen strepen of vlekken op kop, rug of borst. Snavel recht, middellang en donker. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De bruinvleugelmuisspecht Dendrocincla anabatina heeft een lichte wenkbrauwstreep, een lichtere keel en duidelijk roodbruine handpennen die afsteken tegen de rest van de vleugel. De rosse muisspecht Dendrocincla homochroa is over het hele lichaam warmer roodbruin, met een grijzige teugel. Andere muisspechten in hetzelfde bos hebben strepen, vlekken of banden.

Leefgebied

Binnenkant van vochtig altijdgroen laagland- en voetheuvelbos, ook oud secundair bos; meestal in de lagere en middelste etages. Klimt langs stammen en wacht bij zwermen trekmieren op een verticale stam tot er prooi opvliegt. Nestelt in een boomholte.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Caribische kant van het oosten van Honduras en Nicaragua, Costa Rica (vooral de Caribische kant en het zuidwesten) en Panama aan beide kanten. Buiten het gidsgebied in grote delen van het noorden van Zuid-Amerika.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het makkelijkst te zien bij een zwerm trekmieren, bijvoorbeeld bij La Selva in Costa Rica of langs de Camino del Oleoducto (Pipeline Road) in Panama; daar zitten vaak meerdere muisspechten tegelijk.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Vrij algemeen in aaneengesloten bos, maar afhankelijk van bos met voldoende trekmieren en daardoor gevoelig voor versnippering. De soortafbakening van deze muisspecht is aan herziening onderhevig.

Wetenschappelijke naam

Dendrocincla fuliginosa | (Vieillot, 1818)

Vieillot beschreef de soort in 1818 als Dendrocopus fuliginosus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Dendrocincla werd in 1840 ingevoerd door Gray. Dendrocincla is Grieks, van dendron 'boom' en kinklos, een door Aristoteles genoemde, niet nader bekende vogel die later met kwikstaarten werd verbonden. fuliginosa is Latijn voor 'roetkleurig', naar het egaal donkerbruine verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana.