Alle soorten › Gierzwaluwachtigen › Kolibries › Groene juweelkolibrie

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Nachtzwaluwen en gierzwaluwen Strisores

Groene juweelkolibrie | Lampornis amethystinus

Amethyst-throated Mountaingem | Colibrí garganta amatista

De groene juweelkolibrie is de meest verspreide juweelkolibrie van de bergen van Mexico en het noorden van Midden-Amerika, van de Sierra Madre in Mexico tot Honduras. Het mannetje heeft een gekleurde keel die per populatie varieert van roze-amethist tot blauwviolet. In het bos is de soort onopvallend; hij foerageert meestal in de ondergroei en de middelste lagen.

Groene juweelkolibrie (Lampornis amethystinus)
Foto: Adam Jackson — CC0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een droog, scherp tsjik of tsjit, en bij achtervolgingen een ratelend gekwetter.

Luister: ZangXC775977

Opname: Matthew L. Brady — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

11–12 cm, met een rechte zwarte snavel. De bovendelen zijn groen, met een witte streep achter het oog en een donker gezichtsmasker. Het mannetje heeft een glanzende keel die per populatie varieert van roze-amethist tot blauwviolet, donkergrijze onderdelen en een donkere staart met grijze toppen aan de buitenste pennen. Het vrouwtje heeft een kaneelkleurige keel en grijze tot grijsbruine onderdelen.

Verwarrings­soorten

De blauwkeeljuweelkolibrie Lampornis clemenciae is groter, heeft naast de witte oogstreep een witte baardstreep en een grote, donkere staart met brede witte toppen aan de buitenste pennen. De groenkeeljuweelkolibrie Lampornis viridipallens en de groenbuikjuweelkolibrie Lampornis sybillae hebben een witte, groen gevlekte keel en een witte buik. De witoorsaffierkolibrie Basilinna leucotis heeft een rode snavel met een zwarte punt en een bredere witte oogstreep. De smukkolibrie Lamprolaima rhami heeft roestbruine vleugels.

Leefgebied

Vochtig eiken- en pijn-eikenbos, nevelwoud en bosranden in de bergen, ongeveer tussen 900 en 3000 m, het meest tussen 1500 en 2500 m. Foerageert in de ondergroei en de middelste lagen bij bloemen van struiken, epifyten en lianen, en vangt kleine insecten. Buiten het broedseizoen dalen vogels deels af naar lagere hoogten.

Verspreiding en trek

Endemisch voor het gidsgebied. In Mexico in de bergen van het westen vanaf Jalisco en Colima, het Transmexicaans vulkanisch gebergte, de Sierra Madre Oriental vanaf het zuiden van Nuevo León en Tamaulipas, en de bergen van Guerrero, Oaxaca en Chiapas; verder in de hooglanden van Guatemala, El Salvador en Honduras.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In het biosfeerreservaat El Cielo in Tamaulipas, in het nevelwoud rond Xalapa in Veracruz en in de bergen van Oaxaca en Chiapas; in Guatemala op de vulkaanhellingen rond Antigua en het meer van Atitlán. Vaak bij bloeiende struiken langs bospaden.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. In geschikt bergbos vrij algemeen. Verlies van nevelwoud en eikenbos treft de soort plaatselijk, maar het verspreidingsgebied is groot.

Wetenschappelijke naam

Lampornis amethystinus | Swainson, 1827

Swainson beschreef de soort in 1827 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Lampornis voerde hij in datzelfde werk in. Lampornis is Grieks, van lampē 'fakkel, licht' en ornis 'vogel': 'lichtvogel', naar de glanzende keel. amethystinus is Latijn voor 'amethistkleurig', naar de paarsrode keel van het mannetje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Temascaltepec en Real del Monte, Mexico.