Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Grote zaagbek

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Eend- en hoendervogels Galloanserae

Grote zaagbek | Mergus merganser

Common Merganser | Serreta grande

De grote zaagbek is de grootste zaagbek en een vogel van zoet water, die rond de Noordpool broedt. In Mexico ligt de uiterste zuidrand van het winterareaal: de soort is er een zeldzame wintergast op rivieren en stuwmeren in het noordwesten. In Noord-Amerika broedt de ondersoort americanus.

Grote zaagbek (Mergus merganser)
Foto: Frank Schulenburg — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Meestal stil. Het vrouwtje geeft een hard, kort karr karr; het mannetje in de balts een zacht, klinkend geluid dat aan een verre kikker doet denken.

Luister: VluchtroepXC1168280

Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

54–71 cm. Groot, langgerekt en laag op het water, met een rode, gezaagde snavel met een haakpunt die aan de basis vrij dik is. Het mannetje is wit op borst en flanken, vaak met een roze of zalmkleurige waas, met een glanzend donkergroene kop zonder duidelijke kuif, een zwarte rug en een donker oog. Het vrouwtje en jonge vogels hebben een roodbruine kop met een korte, gladde kuif in de nek, een witte kinvlek en een scherpe grens tussen de roodbruine hals en de witte keel en borst; het lichaam is grijs. In de vlucht heeft het mannetje een groot wit vlak op de binnenvleugel, het vrouwtje een kleiner wit vlak op de armpennen.

Verwarrings­soorten

Bij het vrouwtje van de middelste zaagbek Mergus serrator loopt het roodbruin van de kop geleidelijk over in de lichte keel en hals, zonder witte kinvlek; de snavel is dunner en de kuif rafeliger. Het mannetje van de middelste zaagbek heeft een roodbruin gestreepte borst en een witte halsband.

Leefgebied

Rivieren met helder water en stuwmeren in het binnenland; zelden in beschutte kustwateren. Duikt naar vis.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Zeldzame wintergast in het noordwesten van Mexico, vooral op rivieren en stuwmeren in Chihuahua en Sonora, met enkele gevallen in Baja California, Durango en Coahuila. Broedt in de boreale bossen van Noord-Amerika en in het westen tot in de bergen van het zuidwesten van de Verenigde Staten, en verder in het noorden van Eurazië; overwintert in Noord-Amerika vooral in Canada en de Verenigde Staten.

  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Grote stuwmeren en rivieren in Chihuahua en Sonora in strenge winters, wanneer meer vogels uit het noorden zuidwaarts trekken; een zwemmend vrouwtje is te herkennen aan de scherpe grens tussen de roodbruine kop en de witte borst.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. De Noord-Amerikaanse stand is ongeveer stabiel. In het gidsgebied een zeldzame wintergast in kleine aantallen.

Wetenschappelijke naam

Mergus merganser | Linnaeus, 1758

Linnaeus beschreef de soort in 1758 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Mergus voerde hij in datzelfde werk in. Mergus is het Latijnse woord voor een niet nader bepaalde watervogel die Plinius de Oudere en andere schrijvers noemen; men heeft er wel een aalscholver of een pijlstormvogel in gezien. merganser is gevormd uit mergus en anser 'gans', dus zoveel als 'duikgans'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.