Alle soorten › Spechtachtigen › Toekans › Halsbandarassari

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Muisvogels, scharrelaars en spechten Coraciimorphae › Trogons en holenbroeders Cavitaves › Neushoornvogels, ijsvogels en spechten Picocoraciae › IJsvogels, bijeneters en spechten Picodynastornithes

Halsbandarassari | Pteroglossus torquatus

Collared Aracari | Tucancillo collarejo

De halsbandarassari is de meest verbreide arassari van het gidsgebied, van het zuiden van Mexico tot Panama. Het is een slanke toekan met een lange staart, die in luidruchtige groepjes van zes tot vijftien vogels achter elkaar door het bos trekt. 's Nachts slapen de vogels van een groep samen in een boomholte.

Halsbandarassari (Pteroglossus torquatus)
Foto: Andy Morffew from Itchen Abbas, Hampshire, UK — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een hoog, scherp, piepend psiek of tweeledig pi-tsiek, vaak herhaald door de leden van een groep.

Luister: ZangXC433243

Opname: Kent Livezey — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

39–43 cm. Kop, keel en hals zwart, met een vage kastanjebruine kraag in de nek. Rug en vleugels donkergroen, stuit rood, staart lang en donker groenzwart. De onderkant is geel met een rode waas, met een ronde zwarte vlek midden op de borst en een brede rood-zwarte band over de buik; de dijen zijn kastanjebruin. Iris geel, naakte huid rond het oog rood. De bovensnavel is ivoorkleurig tot vuilgeel met zwartachtige tekening langs de snijrand, de ondersnavel zwart. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De vuursnavelarassari Pteroglossus frantzii (Pacifische kant van het zuiden van Costa Rica en het westen van Panama) heeft een oranjerode bovensnavel en een bredere, meer rode buikband. De zwavelborsttoekan Ramphastos sulfuratus en de zwartsnaveltoekan Ramphastos ambiguus zijn veel groter, met een zwarte buik en een gele keel en borst.

Leefgebied

Vochtig en halfvochtig laaglandbos, het seizoensbos van Yucatán, hoog secundair bos, bosranden, galerijbos en plantages met hoge bomen; meestal onder 1000 m, plaatselijk tot ongeveer 1200 m. Eet vooral vruchten, daarnaast insecten, eieren en nestjongen. Broedt en slaapt in een boomholte, vaak een oud spechtenhol.

Verspreiding en trek

Aan de Golf- en Caribische kant van het zuiden van Veracruz en het noorden van Oaxaca door Tabasco en het schiereiland Yucatán naar Belize, Guatemala en Honduras; aan de Pacifische kant van Chiapas door Guatemala tot El Salvador. Verder door Nicaragua naar Costa Rica, waar hij op de Caribische helling en in het noordwesten aan de Pacifische kant leeft, en door Panama tot Darién; in het westen van Panama alleen aan de Caribische kant. Buiten het gidsgebied in Colombia, het noordwesten van Venezuela en het westen van Ecuador, met vormen die vroeger als aparte soorten golden.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Algemeen in Tikal en in Belize, op het schiereiland Yucatán, bij La Selva in Costa Rica en langs de Camino del Oleoducto (Pipeline Road) in Panama. Groepjes vliegen een voor een met snelle vleugelslagen over een open plek; wie er één ziet, kan er meer verwachten.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Verdwijnt waar bos geheel gekapt wordt, maar komt ook voor in secundair bos en halfopen land met bomen.

Wetenschappelijke naam

Pteroglossus torquatus | (Gmelin, 1788)

Gmelin beschreef de soort in 1788 als Ramphastos torquatus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Pteroglossus werd in 1811 ingevoerd door Illiger. Pteroglossus is Grieks, van pteron 'veer' en glōssa 'tong', naar de rafelige, veerachtige tong. torquatus is Latijn voor 'met halsband', naar de donkere band over de gele borst. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Veracruz, Mexico.