Alle soorten › Duikers › Duikers › IJsduiker

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Keerkringvogels en watervogels Phaethoquornithes › Water- en moerasvogels Aequornithes

IJsduiker | Gavia immer

Common Loon | Colimbo grande

De ijsduiker is een grote, zware duiker met een dolkvormige snavel, bekend van zijn jodelende roep op de meren van Canada en het noorden van de Verenigde Staten. In het gidsgebied is hij een geregelde wintergast langs de kusten van het noordwesten van Mexico, vooral in de Golf van Californië. Een deel van de onvolwassen vogels blijft in de zomer achter.

IJsduiker (Gavia immer)
Foto: ALAN SCHMIERER — CC0 · Wikimedia Commons

Geluid

In de winter meestal stil, maar in het voorjaar soms al te horen. Op de broedplaats een langgerekt, klagend gehuil, een jodelende roep en een trillend, lachend tremolo.

Luister: ZangXC1061801

Opname: Jorge Valella Robledo — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

66–91 cm. Groot en zwaar, met een hoekige kop, vaak met een bult op het voorhoofd en een steile achterkop, een dikke hals en een zware, rechte, dolkvormige snavel. In het winterkleed zijn de bovenzijde en de achterhals donker grijsbruin, keel en onderdelen wit; het wit dringt rond het oog door en vormt een witte inham in de halszijde, en de snavel is lichtgrijs met een donkere rug en punt. Het broedkleed, dat ook in het voorjaar in het gidsgebied te zien is, heeft een zwarte kop met groene glans, een zwart-wit gestreepte halsring en een zwarte rug vol witte vlekken in een ruitpatroon; de snavel is dan zwart. Jonge vogels hebben een geschubde rug. Vliegt met grote voeten die ver voorbij de staart uitsteken.

Verwarrings­soorten

De pacifische parelduiker Gavia pacifica is kleiner, met een ronde kop, een dunnere snavel, een scherpe, rechte grens tussen de donkere achterhals en de witte voorhals en geen wit rond het oog. De roodkeelduiker Gavia stellata is kleiner en slanker, met een dunne, omhooggehouden snavel en een gestippelde rug. De geelsnavelijsduiker Gavia adamsii, een dwaalgast, heeft een bleke, licht opgewipte snavel zonder donkere snavelrug. Aalscholvers, zoals de geoorde aalscholver Nannopterum auritum, hebben een haaksnavel en een langere staart.

Leefgebied

Beschutte kustwateren, baaien, lagunes en havens, ook dieper water verder uit de kust; enkele vogels op grote meren en stuwmeren in het binnenland. Duikt naar vissen, krabben en andere ongewervelden, en kan lang onder water blijven.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Langs de Pacifische kust van Baja California en vooral in de Golf van Californië, langs Baja California, Baja California Sur en Sonora, zuidelijk minder talrijk tot Sinaloa, Nayarit en Jalisco. Verder zuidelijk langs de Pacifische kust zeldzaam, tot Colima, Guerrero en Oaxaca. Aan de kant van de Golf van Mexico zeldzaam, van Tamaulipas tot Veracruz, en zelden op meren in het binnenland van het noorden en midden van Mexico. Buiten het gidsgebied broedt de soort in Alaska, Canada, het noorden van de Verenigde Staten, Groenland en IJsland, en overwintert zij langs de kusten van Noord-Amerika en Noordwest-Europa.

  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Langs de kusten van de Golf van Californië, bijvoorbeeld bij Puerto Peñasco en San Felipe, is de soort in de winter het best te vinden. Op grote afstand helpen de zware snavel, de hoekige kop en de lage, zware ligging in het water.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort is gevoelig voor loodvergiftiging door ingeslikt vislood, kwikvervuiling, verzuring van meren, verstoring op broedmeren en olievervuiling in de overwinteringsgebieden. In het gidsgebied een geregelde wintergast.

Wetenschappelijke naam

Gavia immer | (Brünnich, 1764)

Brünnich beschreef de soort in 1764 als Colymbus Immer; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Gavia werd in 1788 ingevoerd door Forster. Gavia is het Latijnse woord voor een niet nader bepaalde zeevogel. immer gaat terug op een Noorse naam voor de vogel, verwant aan het IJslandse himbrimi. Daarnaast is verband gelegd met Zweeds immer 'gloeiende as', naar het donkere kleed, en met Latijn immergo 'onderdompelen'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit de Faeröer.