Alle soorten › Zangvogels › Tangaren › Jacarinagors

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Jacarinagors | Volatinia jacarina

Blue-black Grassquit | Semillero brincador

De jacarinagors is een kleine zaadeter van ruigten, bermen en grasland. Het blauwzwarte mannetje springt in de broedtijd telkens vanaf een sprietje recht omhoog en laat zich met een korte roep weer terugvallen. Hij komt voor in vrijwel het hele laagland van het gidsgebied en verder zuidwaarts tot in Argentinië.

Jacarinagors (Volatinia jacarina)
Foto: Liberty turtera — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Bij elke sprong roept het mannetje een korte, zoemende ie-slik. Daarnaast een zacht tsjip.

Luister: ZangXC1152497

Opname: Tristan Guillebot de Nerville — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

10–11 cm. Kleine, gedrongen vogel met een kegelvormige, spitse snavel. Mannetje in broedkleed geheel glanzend blauwzwart, met een witte vlek onder de vleugel die vooral bij de sprongvlucht zichtbaar is. Vrouwtje en jonge vogels van boven bruin, van onderen beigebruin met duidelijke donkere strepen op borst en flanken. Mannetjes in rui en buiten de broedtijd zijn gevlekt bruin en zwart.

Verwarrings­soorten

Het mannetje van het noordelijk bont dikbekje Sporophila corvina is zwart met een kortere, bollere snavel en vaak een witte vlek op de vleugel. De diksnavelzaadkraker Sporophila funerea is groter met een zware snavel. Vrouwtjes van dikbekjes Sporophila zijn ongestreept en hebben een korte, gebogen snavel. Het mannetje van de indigogors Passerina cyanea is groter en helder blauw.

Leefgebied

Open, grazige en ruige terreinen: bermen, braakliggend land, akkers, weiland, savanne, tuinen en open plekken in bos, van zeeniveau tot ongeveer 1500 m, plaatselijk hoger. Eet vooral graszaden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

In Mexico aan de Pacifische kant vanaf het zuiden van Sonora en aan de Golfkust vanaf Tamaulipas zuidwaarts, door heel Midden-Amerika tot in Panama. Daarbuiten in vrijwel heel tropisch Zuid-Amerika tot in het noorden van Argentinië en op Grenada. In het noorden van Mexico is hij vooral in de zomer aanwezig.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het gemakkelijkst te vinden in het regenseizoen, wanneer mannetjes langs wegen en akkers vanaf een paal of grasstengel hun sprongen maken.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Zeer algemeen en profiteert van ontbossing en wegbermen.

Wetenschappelijke naam

Volatinia jacarina | (Linnaeus, 1766)

Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Tanagra jacarina; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Volatinia werd in 1850 ingevoerd door Reichenbach. Volatinia is een verkleinwoord van het Latijnse volatus 'vlucht, het vliegen', naar de korte sprongvluchtjes waarmee het mannetje baltst. jacarina komt uit het Tupí, waar het een naam was voor een soort vinkje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Noordoost-Brazilië.