Alle soorten › Zangvogels › Mierklauwieren › Kaalkopmiervogel

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Kaalkopmiervogel | Gymnocichla nudiceps

Bare-crowned Antbird | Hormiguero calvo

De kaalkopmiervogel dankt zijn naam aan de kale, felblauwe kruin van het mannetje. Hij leeft in dicht struikgewas en ruigte aan bosranden in het vochtige laagland en volgt geregeld zwermen trekmieren. In het gidsgebied leeft hij van Honduras tot Panama.

Kaalkopmiervogel (Gymnocichla nudiceps)
Foto: Nick Athanas — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een snelle reeks luide, heldere fluittonen. Daarnaast harde, korte roeptonen.

Luister: ZangXC694250

Opname: Bram Vogels — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

15–16 cm. Het mannetje is geheel zwart, met een kale, helderblauwe huid op voorhoofd en kruin en smalle witte toppen aan de vleugeldekveren. Het vrouwtje heeft olijfbruine bovendelen, een roodbruine onderzijde en alleen rond het oog kale blauwe huid; de vleugeldekveren hebben okerkleurige toppen. Staart vrij lang.

Verwarrings­soorten

Het mannetje van de zeledons miervogel Hafferia zeledoni is groter en geheel zwart met blauwe huid rond het oog, maar heeft een bevederde kruin. De rouwmiervogel Cercomacra nigricans is kleiner en slanker, zonder kale huid, met witte toppen aan de staartpennen. Het vrouwtje lijkt op dat van de bruinrugmiervogel Poliocrania exsul, dat kleiner is, met een donkere kop en een kastanjebruine rug.

Leefgebied

Dicht struikgewas, ruigte en jong secundair bos, overgroeide open plekken en bosranden in vochtig laagland, ook langs rivieren; meestal laag. Zoekt laag in de begroeiing en op de grond naar insecten en volgt geregeld zwermen trekmieren.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Caribische kant van Honduras en Nicaragua tot Costa Rica; in Panama aan beide kanten. Buiten het gidsgebied in het noorden van Colombia.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Te zoeken in ondoordringbare ruigte aan bosranden en langs rivieren in het Caribische laagland van Costa Rica en in Panama. De vogel laat zich vaak alleen kort zien; bij een zwerm trekmieren is de kans het grootst.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Over het algemeen schaars tot vrij algemeen; komt ook voor in secundaire begroeiing.

Wetenschappelijke naam

Gymnocichla nudiceps | (Cassin, 1850)

Cassin beschreef de soort in 1850 als Myiothera nudiceps; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Gymnocichla werd in 1858 ingevoerd door Sclater. Gymnocichla is Grieks, van gumnos 'naakt, kaal' en kikhlē 'lijster', naar de kale blauwe kop van het mannetje. nudiceps is Latijn, van nudus 'naakt, kaal' en -ceps '-koppig', naar de kale, felblauwe kruin van het mannetje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Landengte van Panama.