Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Kaneeltaling
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Eend- en hoendervogels Galloanserae
Kaneeltaling | Spatula cyanoptera
Cinnamon Teal | Cerceta canela
De kaneeltaling is een kleine grondeleend van het westen van Noord-Amerika die ook in het noorden en op de hoogvlakte van Mexico broedt. In de winter komen daar vogels uit het noorden bij en verspreidt de soort zich over Mexico; verder naar het zuiden is ze schaars. Een aparte populatie leeft in Zuid-Amerika.
Geluid
Meestal stil. Het mannetje heeft een droog, ratelend tsjuk-tsjuk, het vrouwtje een zacht, schor kwaken.
Opname: Bernabe Lopez-Lanus — CC BY-NC-SA 3.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
38–43 cm, een kleine grondeleend met een vrij lange snavel die naar de punt iets breder wordt. Het mannetje in prachtkleed is egaal diep kaneelrood op kop en lijf, met een donkere rug, een zwarte stuit en een rood oog. Het vrouwtje is warm gevlekt bruin, met een vrij vlakke kop, een zwakke oogstreep en een donker oog. In de vlucht dezelfde lichtblauwe voorvleugel, witte band en groene spiegel als de blauwvleugeltaling. Mannetjes in eclipskleed zijn bruin, maar houden het rode oog.
Verwarringssoorten
Het vrouwtje blauwvleugeltaling Spatula discors is koeler grijsbruin, met een sterker getekende kop: een duidelijker oogstreep, een onderbroken lichte oogring, een lichte vlek aan de snavelbasis en een kortere snavel. Veel vrouwtjes en jonge vogels zijn in het veld niet met zekerheid op naam te brengen, en hybriden tussen de twee komen voor. Het mannetje van de rosse stekelstaart Oxyura jamaicensis is ook roodbruin, maar heeft witte wangen, een blauwe snavel en een stijve, vaak opgestoken staart.
Leefgebied
Zoetwatermoerassen met biezen en lisdodde, ondiepe meren, stuwmeren, zoute en sodahoudende meren van de hoogvlakte, rijstvelden en ondergelopen akkers; in de winter ook kustlagunes. Grondelt en zeeft met de snavel in ondiep water naar zaden en kleine ongewervelden.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Broedt plaatselijk in het noorden van Mexico, in Baja California, Sonora en Chihuahua, en plaatselijk op de hoogvlakte zuidwaarts tot Jalisco en het centrum van Mexico. In de winter in een groot deel van Mexico, vooral in het noorden en op de hoogvlakte, en schaarser langs de kusten tot Oaxaca, Chiapas en Veracruz. In Guatemala, El Salvador en Honduras schaars, verder zuidelijk zeldzaam, met enkele gevallen in Nicaragua, Costa Rica en Panama. Buiten het gidsgebied broedt de soort in het westen van de Verenigde Staten en het zuidwesten van Canada en in Zuid-Amerika.
- Jaarrond
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Ondiepe moerassen en meren op de Mexicaanse hoogvlakte, waar de soort plaatselijk ook in de zomer aanwezig is; het rode oog en de kaneelrode kleur van het mannetje zijn zelfs in tegenlicht te zien.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd. In het gidsgebied plaatselijk vrij algemeen in het noorden en op de hoogvlakte; ontwatering en vervuiling van de meren en moerassen van de hoogvlakte hebben het broedgebied verkleind.
Wetenschappelijke naam
Spatula cyanoptera | (Vieillot, 1816)
Vieillot beschreef de soort in 1816 als Anas cyanoptera; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Spatula werd in 1822 ingevoerd door Boie. Spatula is Latijn voor 'lepel' of 'spatel', naar de brede, lepelvormige snavel van de slobeend. cyanoptera is Grieks, van kuanos 'blauw' en -pteros 'gevleugeld', naar de lichtblauwe voorvleugel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Río de la Plata en Buenos Aires, Argentinië.




