Alle soorten › Zangvogels › Vinkachtigen › Kruisbek

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Kruisbek | Loxia curvirostra

Red Crossbill | Piquituerto común

De kruisbek is een gedrongen vink met gekruiste snavelpunten, waarmee hij zaden uit dennenappels haalt. Hij komt voor in de naaldbossen van het hele noordelijk halfrond; in het gidsgebied leeft hij in de pijnbossen van de bergen van Mexico tot het noorden van Nicaragua en in de pijnsavannen van Belize, Honduras en Nicaragua.

Kruisbek (Loxia curvirostra)
Foto: Frank Vassen from Brussels, Belgium — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een hard, metalig kip-kip of djip-djip, vooral in de vlucht; de klank verschilt per populatie en roeptype. De zang is een reeks herhaalde roepnoten, trillers en kwetterende tonen.

Luister: VluchtroepXC1169000

Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

14–17 cm. Gedrongen, met een grote kop, een korte, gevorkte staart en een zware snavel waarvan de punten elkaar kruisen. Het mannetje is steenrood tot oranjerood, het felst op kop en stuit, met donkerbruine vleugels zonder vleugelstrepen. Het vrouwtje is grijsgroen tot olijfgeel, met een gelere stuit en dezelfde donkere vleugels. Jonge vogels zijn bruin en sterk gestreept. Grootte en snaveldikte verschillen per populatie; de vogels in de bergen van Mexico hebben een vrij grote snavel.

Verwarrings­soorten

Door de gekruiste snavel met geen andere soort in het gidsgebied te verwarren, al is dat kenmerk op afstand niet altijd te zien. Mannetjes van de Mexicaanse roodmus Haemorhous mexicanus en Cassins roodmus Haemorhous cassinii zijn kleiner, hebben een gewone kegelsnavel en een witte, gestreepte of lichte buik.

Leefgebied

Pijnbos en pijn-eikenbos in de bergen, en pijnsavanne in de laaglanden van Belize, Honduras en Nicaragua. Afhankelijk van rijpe dennenappels; leeft in groepen die rondzwerven waar de zaadoogst goed is, en broedt in vrijwel elke maand als er voedsel genoeg is. Drinkt regelmatig en komt dan aan plassen en beekjes.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Wijdverbreid in de naaldbossen van Europa, Azië, Noord-Afrika en Noord-Amerika. In het gidsgebied een standvogel in de Sierra San Pedro Mártir in Baja California, de Sierra Madre Occidental en Oriental, de bergen van Midden- en Zuid-Mexico en Chiapas, en verder zuidelijk in de pijnbossen van Guatemala, Belize, El Salvador, Honduras en het noorden van Nicaragua.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Groepen zijn vaak het eerst te horen aan de harde vluchtroep; let in pijnbos op vallende schubben van dennenappels onder vogels die hoog in de kruin foerageren.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Zeer wijdverbreid. In het gidsgebied is hij plaatselijk talrijk, maar afhankelijk van pijnbossen die door houtkap, bosbranden en omzetting in landbouwgrond kleiner worden.

Wetenschappelijke naam

Loxia curvirostra | Linnaeus, 1758

Linnaeus beschreef de soort in 1758 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Loxia voerde hij in datzelfde werk in. Loxia komt van het Griekse loxos 'schuin', naar de gekruiste snavelpunten. curvirostra is Latijn voor 'kromsnavel', van curvus 'gebogen' en rostrum 'snavel'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.