Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Langpootkiekendief

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Havikachtigen en uilen Hieraves

Langpootkiekendief | Geranospiza caerulescens

Crane Hawk | Gavilán zancón

De langpootkiekendief is een slanke, grijze tot zwartgrijze roofvogel met een kleine kop en lange, oranjerode poten. Het gewricht halverwege de poot kan ook naar achteren buigen, waardoor hij zijn poot diep in boomholten, bromelia’s en spleten kan steken om er kikkers, hagedissen, vleermuizen en nestjongen uit te halen. In het gidsgebied is hij een standvogel van het laagland van Mexico tot Panama.

Langpootkiekendief (Geranospiza caerulescens)
Foto: DiverDave — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een hoog, nasaal en klagend wieeuw of een reeks fluitende kwie-kwie-kwie-tonen, vooral rond het nest.

Luister: RoepXC959881

Opname: Juan Freile — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

43–54 cm, met een kleine kop, vrij korte, afgeronde vleugels en een lange staart. In het noorden van het gidsgebied zijn volwassen vogels vrijwel effen zwartgrijs; zuidelijker zijn ze lichter leigrijs, met fijne witte dwarsbanden op buik en dijen. De staart is zwart met twee brede witte banden. Het oog is rood, de poten zijn lang en oranjerood. In de vlucht is van onderen een witte halve maan over de basis van de handpennen te zien. Jonge vogels zijn bruiner, met witte vlekken in het gezicht en lichtere, meer gebandeerde onderdelen.

Verwarrings­soorten

De zwarte buizerd Buteogallus anthracinus is forser, met bredere vleugels, gele poten, een gele washuid en één brede witte staartband. De donkergrijze buizerd Cryptoleucopteryx plumbea in Panama heeft één witte staartband en korte, oranje poten. De slakkenwouw Rostrhamus sociabilis heeft een witte staartbasis en een dunne, sterk gehaakte snavel.

Leefgebied

Galerijbos, overstromingsbos, moerasbos en mangrove, droogbos en de randen van vochtig laaglandbos, ook halfopen land met bomen. Klautert en fladdert door de kruinen en langs stammen en zoekt in holten, bromelia’s en nesten naar prooi.

Verspreiding en trek

Standvogel in het laagland van Mexico, aan de Pacifische kant vanaf het zuiden van Sonora en Sinaloa en aan de Golfkant vanaf Tamaulipas zuidwaarts, met inbegrip van het schiereiland Yucatán, en verder in Belize, Guatemala, El Salvador, Honduras, Nicaragua, Costa Rica en Panama. In het hooggebergte afwezig. Buiten het gidsgebied in tropisch Zuid-Amerika tot het noorden van Argentinië en Uruguay.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de mangroven en het oeverbos rond San Blas in Nayarit en in het droogbos van het noorden van Yucatán, waar vogels langs boomstammen klauteren en met een poot in holten tasten.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Komt ook voor in versnipperd bos en mangrove, maar is gevoelig voor het verdwijnen van galerijbos en moerasbos.

Wetenschappelijke naam

Geranospiza caerulescens | (Vieillot, 1817)

Vieillot beschreef de soort in 1817 als Sparvius caerulescens; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Geranospiza werd in 1847 ingevoerd door Kaup. Geranospiza is Grieks, van geranos 'kraanvogel' en spizias 'havik', naar de opvallend lange poten. caerulescens is Latijn voor 'blauwachtig', naar het blauwgrijze verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana.