Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Moerasbuizerd

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Havikachtigen en uilen Hieraves

Moerasbuizerd | Busarellus nigricollis

Black-collared Hawk | Aguililla canela

De moerasbuizerd is een roodbruine roofvogel met een lichte kop, een zwarte halsband, brede vleugels en een korte staart, die vrijwel alleen van vis leeft. Hij zit op een tak boven ondiep water en grijpt vis vlak onder het oppervlak; de onderkant van de tenen is bezet met stekelige schubben, die helpen om gladde prooien vast te houden. In het gidsgebied is hij een standvogel van moerassen en rivieren van het zuidoosten van Mexico tot Panama.

Moerasbuizerd (Busarellus nigricollis)
Foto: Andreas Trepte — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een hees, krassend hraaa en een fluitend, dalend wiee-oe, vooral rond het nest.

Luister: RoepXC1015629

Opname: Jacob Wijpkema — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

45–52 cm, met brede, afgeronde vleugels en een korte, brede staart. Volwassen vogels zijn kaneelroodbruin, met een roomwitte kop, een zwarte halve maan op de bovenborst en zwarte handpennen. De staart is zwart met fijne roodbruine banden aan de basis. Het oog is donker, de poten zijn grijswit. In de vlucht steken het roodbruine lichaam en de roodbruine voorvleugel af tegen de zwarte handpennen en de korte zwarte staart. Jonge vogels zijn doffer bruin met donkere lengtestrepen, hebben een vuilwitte kop en al een donkere borstband.

Verwarrings­soorten

De savannebuizerd Buteogallus meridionalis is ook roodbruin, maar heeft lange poten, een langere, zwart-wit gebandeerde staart, een rossige kop en geen zwarte borstband, en leeft in savanne. De woestijnbuizerd Parabuteo unicinctus is donkerbruin met roodbruine schouders en dijen en een witte staartbasis.

Leefgebied

Zoetwatermoerassen, overstroomde graslanden, rivieroevers, lagunes en meren met ondiep water, moerasbos en de randen van mangrove; ook in rijstvelden en viskwekerijen. Zit vaak open op een dode tak of paal boven het water.

Verspreiding en trek

Standvogel van de laaglanden aan de Golfkant van het zuiden van Mexico, vooral in het zuiden van Veracruz, Tabasco, Campeche, Chiapas en Quintana Roo, en verder in Belize, het noorden en oosten van Guatemala, Nicaragua, Costa Rica en Panama; in Honduras en El Salvador schaars. Aan de Pacifische kant plaatselijk, zoals in Guanacaste in Costa Rica. Buiten het gidsgebied in tropisch Zuid-Amerika tot het noorden van Argentinië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de Pantanos de Centla in Tabasco, langs de rivieren en lagunes van Belize, zoals bij Crooked Tree, en bij Caño Negro en Palo Verde in Costa Rica, waar vogels op takken langs het water zitten en vanaf de boot te zien zijn.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Gevoelig voor het droogleggen van moerassen en voor vervuiling van het water.

Wetenschappelijke naam

Busarellus nigricollis | (Latham, 1790)

Latham beschreef de soort in 1790 als Falco nigricollis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Busarellus werd in 1842 ingevoerd door De Lafresnaye. Busarellus is een verkleinvorm van het Franse buse 'buizerd' (uit Latijn buteo): 'buizerdje', naar Levaillants naam 'Buserai'. nigricollis is Latijn, van niger 'zwart' en collum 'hals', naar de zwarte halsband op de borst. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana.