Alle soorten › Zangvogels › Mierklauwieren › Leigrijze miersluiper

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Leigrijze miersluiper | Myrmotherula schisticolor

Slaty Antwren | Hormiguerito pizarroso

De leigrijze miersluiper is een kleine, kortstaartige miervogel van de onderlaag van vochtig heuvel- en bergbos. Het mannetje is effen leigrijs met een zwarte keel en borst, het vrouwtje bruin en okerkleurig. Hij zoekt meestal mee in gemengde groepjes vogels in het struikgewas onder het kronendak. In het gidsgebied leeft hij plaatselijk van het zuiden van Mexico tot Panama.

Leigrijze miersluiper (Myrmotherula schisticolor)
Foto: gailhampshire from Cradley, Malvern, U.K — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een korte reeks heldere, fluitende tonen en een klagende, nasale roep, vaak te horen vanuit een gemengde groep.

Luister: ZangXC1004218

Opname: José María Loaiza B. — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

9–10 cm, met een korte staart en een dunne, spitse snavel. Mannetje leigrijs met een zwarte keel en borst; vleugeldekveren zwart met witte puntjes die twee of drie rijen stippen vormen; staart grijs met smalle witte punten. Vrouwtje bovenzijde olijfbruin met een grijzer getinte kop, onderzijde warm okerbruin, vleugels zonder witte stippen.

Verwarrings­soorten

De witflankmiersluiper Myrmotherula axillaris leeft vooral in het laagland; het mannetje is zwarter, met een witte pluim langs de flank die bij het vleugelen opvalt. De Pacifische miersluiper Myrmotherula pacifica en de griscoms miersluiper Myrmotherula ignota zijn zwart-wit gestreept. De bosmiervireo Dysithamnus mentalis is gedrongener, met een dikkere snavel, en mist de zwarte keel van het mannetje.

Leefgebied

Onderlaag en middenlaag van vochtig, altijdgroen heuvelbos, voetheuvelbos en lager bergbos, vooral tussen ongeveer 400 en 1600 m. Zoekt insecten en spinnen van bladeren en twijgen, vaak in gemengde groepen met andere miervogels, ovenvogels en tangaren.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Plaatselijk van het zuiden van Mexico door Midden-Amerika tot Panama, vooral in de heuvels en lagere bergen. Buiten het gidsgebied in de Andes van het westen van Venezuela en Colombia tot Peru.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het best te vinden door in vochtig heuvel- en bergbos mee te lopen met een gemengde groep vogels in de onderlaag; de leigrijze miersluiper zit meestal tussen de anderen in, op enkele meters hoogte.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Plaatselijk vrij algemeen in aaneengesloten bos, maar gevoelig voor ontbossing van heuvels en hellingen.

Wetenschappelijke naam

Myrmotherula schisticolor | (Lawrence, 1865)

Lawrence beschreef de soort in 1865 als Formicivora schisticolor; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Myrmotherula werd in 1858 ingevoerd door Sclater. Myrmotherula is een verkleinvorm van Myrmothera, Grieks voor 'mierenjager' (murmos 'mier', -thēras 'jager'): 'kleine mierenjager'. schisticolor is Latijn, van schistus 'leisteen' en color 'kleur', naar het leigrijze verenkleed van het mannetje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Turrialba, Costa Rica.