Alle soorten › Koekoeksvogels › Koekoeken › Lijsterkoekoek

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Duiven, toerako's en verwanten Columbaves › Trappen, toerako's en koekoeken Otidimorphae

Lijsterkoekoek | Morococcyx erythropygus

Lesser Ground Cuckoo | Cuclillo terrestre

De lijsterkoekoek is een kleine, op de grond levende koekoek van het droge bos en doornstruweel langs de Pacifische kant van het gidsgebied, van Sinaloa tot het noordwesten van Costa Rica. Hij loopt verscholen door de strooisellaag en valt vooral op door zijn rollende zang. Anders dan de fazantkoekoek en de gestreepte koekoek bouwt hij zelf een nest.

Lijsterkoekoek (Morococcyx erythropygus)
Foto: Drferry — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een reeks van tien of meer luide, rollende trillers, meestal ingeleid door twee of drie heldere, oplopende fluittonen. Daarnaast een helder fluitje en een ruw, grommend geluid. Zingt vooral in het begin van het regenseizoen, vaak vanaf de grond of een lage tak.

Luister: DuetXC742595

Opname: Manuel Grosselet — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

25–28 cm, met een vrij lange, getrapte staart en lange poten. De bovendelen zijn olijfbruin tot grijsbruin, de staart olijfbruin met lichte toppen en aan de onderkant donkere banden. De onderdelen zijn van kin tot onderstaart egaal kaneel- tot okerkleurig. De kop heeft een kenmerkende tekening: een gele oogring met een plek kale blauwe huid erachter, omzoomd door dunne zwarte lijnen, met een witte streep boven het oog. De snavel is licht gebogen, met een donkere bovensnavel en een oranje ondersnavel. Het vrouwtje is iets bleker; jonge vogels zijn doffer en missen de lichte staarttoppen. Vogels van het westen van Mexico (M. e. mexicanus) zijn groter, grijzer en bleker van onderen.

Verwarrings­soorten

Er is in het gidsgebied geen soort waarmee hij goed te verwarren is. De gestreepte koekoek Tapera naevia heeft gestreepte bovendelen, een kuif en een lichte, ongetekende onderkant. De kleine renkoekoek Geococcyx velox is veel groter, gestreept en gekuifd, met een zeer lange staart.

Leefgebied

Halfdroog tot droog land: het binnenste en de randen van tropisch droogbos, doornstruweel, struikgewas, jong secundair bos en savanne met struiken; in het zuidwesten van Mexico bijna uitsluitend in doornbos. Vooral in het laagland en de voetheuvels. Loopt over de grond en vangt insecten, die van de grond of met een sprongetje uit de lage begroeiing worden gepikt. Het nest is een ondiepe kom van takjes of bladeren op of vlak boven de grond; het legsel telt twee eieren, die beide ouders uitbroeden.

Verspreiding en trek

Langs de Pacifische kant van Mexico vanaf Sinaloa via Nayarit, Jalisco, Colima, Michoacán, Guerrero en Oaxaca tot Chiapas, ook in droge binnendalen, en verder in Guatemala, El Salvador, Honduras en Nicaragua tot in Guanacaste in het noordwesten van Costa Rica. De soort komt buiten het gidsgebied niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In het droge seizoen is hij lastig te vinden; met de eerste regens begint hij te zingen en is hij in droogbos en doornstruweel langs de Pacifische kust het best op te sporen. Een vogel die over de grond wegloopt, valt op door de egaal kaneelkleurige onderkant en de blauw-gele tekening rond het oog.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort is een standvogel die in geschikt droogbos en struweel vrij algemeen is; het verdwijnen van droogbos aan de Pacifische kant raakt haar plaatselijk.

Wetenschappelijke naam

Morococcyx erythropygus | (Lesson, 1842)

Lesson beschreef de soort in 1842 als Coccyzus erythropyga; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Morococcyx werd in 1862 ingevoerd door Sclater. Morococcyx is Grieks, van mōros 'dwaas, sloom' en kokkux 'koekoek'. erythropygus is Grieks, van eruthros 'rood' en -pugos 'met stuit', naar de roodbruine stuit. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit San Carlos, Midden-Amerika (niet nader bepaald).