Alle soorten › Ooievaarachtigen › Ooievaars › Magoeari
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Keerkringvogels en watervogels Phaethoquornithes › Water- en moerasvogels Aequornithes
Magoeari | Ciconia maguari
Maguari Stork | Cigüeña maguari
De magoeari is een Zuid-Amerikaanse ooievaar van natte graslanden en moerassen, die in het gidsgebied alleen als dwaalgast is vastgesteld, geen inheemse soort. De eerste vogel werd in 2013 in Costa Rica gezien; sindsdien zijn er enkele gevallen uit Panama.
Geluid
Buiten de broedplaats vrijwel stil. Bij de begroeting laten de vogels een hees, sissend, tweelettergrepig fluiten horen en klepperen ze met de snavel.
Opname: Naelin — CC BY 4.0 · Omgezet naar mp3, mono, ongewijzigde lengte · iNaturalist
Herkenning
97–110 cm, een grote ooievaar met lange poten. Het verenkleed is wit, met zwarte slagpennen, zwarte grote dekveren en een zwarte, gevorkte staart, waaronder de witte onderstaartdekveren uitsteken. De snavel is recht, lang en blauwgrijs, met een donkerrode punt. Rond het oog en op de keel is de huid kaal en oranjerood; het oog is lichtgeel tot wit. De poten zijn rood. De seksen zijn gelijk. Jonge vogels zijn doffer, met een donkere snavel en zwartachtige delen in het kleed. Vliegt met gestrekte hals en uitgestoken poten; in vlucht is de vleugel wit met een brede zwarte achterhelft.
Verwarringssoorten
De kaalkopooievaar Mycteria americana heeft een vergelijkbaar zwart-wit vleugelpatroon, maar een kale, grijze kop en hals, een licht gebogen, donkere snavel en zwarte poten met roze voeten. De jabiroe Jabiru mycteria is groter, met geheel witte vleugels, een kale zwarte kop en hals met een rode band en een zware zwarte snavel.
Leefgebied
Natte graslanden, open moerassen, overstroomde savannes, rijstvelden en de oevers van ondiepe plassen. Zoekt lopend in ondiep water en in vochtig gras naar vis, kikkers, slangen en grote insecten. De vogels in het gidsgebied zijn gezien in kustmoerassen met garnalenvijvers, in rijstvelden en op natte weiden.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Een klein aantal gevallen in het gidsgebied, onder meer een vogel bij Chomes aan de Golf van Nicoya in Costa Rica in september 2013, twee vogels bij Juan Hombrón in de provincie Coclé in Panama in mei 2014, en een vogel bij Bayano in de provincie Panamá in juli en september 2017. Buiten het gidsgebied in Zuid-Amerika ten oosten van de Andes, van Colombia, Venezuela en de Guyana's tot het zuiden van Argentinië.
- Zomergast (ca. apr–sep)
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Een grote witte ooievaar met zwarte achterhelft van de vleugel, een rechte grijze snavel en rode poten in de laaglanden van Costa Rica of Panama verdient een tweede blik. Vergelijking met de kaalkopooievaar, die in hetzelfde leefgebied algemeen is, is daarbij steeds nodig.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd. In het gidsgebied een dwaalgast zonder vaste aanwezigheid.
Wetenschappelijke naam
Ciconia maguari | (Gmelin, 1789)
Gmelin beschreef de soort in 1789 als Ardea Maguari; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Ciconia werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Ciconia is het Latijnse woord voor 'ooievaar'. maguari is de Tupi-naam voor deze ooievaar, via de Braziliaanse beschrijving van Marcgrave. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Noordoost-Brazilië.




