Alle soorten › Ooievaarachtigen › Ooievaars › Jabiroe

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Keerkringvogels en watervogels Phaethoquornithes › Water- en moerasvogels Aequornithes

Jabiroe | Jabiru mycteria

Jabiru | Jabirú

De jabiroe is de grootste ooievaar van Amerika en de hoogste vliegende vogel van het gidsgebied: een witte reus met een kale, zwarte kop en hals, een rode band aan de halsbasis en een zware, licht opgewipte snavel. In het gidsgebied is hij een schaarse standvogel van grote moerassen en natte savannes in het laagland, van het zuidoosten van Mexico tot Costa Rica.

Jabiroe (Jabiru mycteria)
Foto: Andreas Trepte — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Vrijwel stil. Op het nest klepperen de vogels met de snavel, onder meer bij de begroeting van de partner.

Luister: RoepXC645753

Opname: JAYRSON ARAUJO DE OLIVEIRA — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

122–140 cm, met een spanwijdte van ruim twee meter. Het verenkleed is geheel wit, ook de slagpennen. Kop en bovenhals zijn kaal en zwart; aan de halsbasis zit een brede band van kale, rode huid die kan opzwellen en in de balts feller rood kleurt. De snavel is zwart, zeer lang en zwaar, aan de basis dik en naar de punt licht omhoog gebogen. De poten zijn lang en zwart. De seksen zijn gelijk, maar het mannetje is groter. Jonge vogels zijn grijsbruin met een donkere kop en worden geleidelijk wit. Vliegt met gestrekte hals en uitgestoken poten, met trage slagen, en zweeft graag op thermiek.

Verwarrings­soorten

De kaalkopooievaar Mycteria americana is kleiner, met zwarte slagpennen en staart die in vlucht een zwarte achterrand vormen, een grijze kale kop en een licht omlaag gebogen snavel. De magoeari Ciconia maguari, een zeer zeldzame dwaalgast, heeft zwarte slagpennen, een bevederde witte hals en een rechte, grijze snavel. De grote zilverreiger Ardea alba is veel slanker, met een gele snavel en een bevederde witte hals, en vliegt met ingetrokken hals.

Leefgebied

Open zoete moerassen, natte en overstroomde savannes, pijnsavannes met plassen, de oevers van lagunes en meren en open plekken in overstromingsbos, in het laagland. Loopt rustig door ondiep water en vangt vis, kikkers, slangen, jonge kaaimannen en grote ongewervelden. Broedt in paren, niet in kolonies; het nest is een zeer groot platform van takken hoog in een losstaande boom, dat jaren achtereen wordt gebruikt. In het gidsgebied valt de broedtijd in de droge tijd.

Verspreiding en trek

In Mexico schaars in het laagland van Tabasco, Campeche, Chiapas en het schiereiland Yucatán, met enkele broedparen in de grote moerassen. In Belize de grootste aantallen van het gidsgebied, vooral in de noordelijke helft, met broedplaatsen in de natte savannes. Verder plaatselijk in het noorden van Guatemala, in de Mosquitia van Honduras en Nicaragua en in het noorden van Costa Rica; in Panama een zeldzame gast. Buiten het broedseizoen zwerven vogels af en toe ver van de broedgebieden. Buiten het gidsgebied in Zuid-Amerika, van Colombia en Venezuela tot het noorden van Argentinië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Crooked Tree in Belize is de bekendste plek; in de droge tijd foerageren de vogels daar langs de slinkende lagunes en zijn nesten vanaf de dijk of per boot te zien. In Costa Rica geven Caño Negro en Palo Verde een kans, in Mexico de Pantanos de Centla en de moerassen van zuidelijk Campeche. Zwevend op thermiek zijn de geheel witte vleugels het beste kenmerk.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd, maar in het gidsgebied schaars en plaatselijk; in Mexico geldt de soort wettelijk als bedreigd. Bedreigingen zijn het droogleggen van moerassen, het kappen van nestbomen, verstoring van nesten en plaatselijk jacht.

Wetenschappelijke naam

Jabiru mycteria | (Lichtenstein, 1819)

Lichtenstein beschreef de soort in 1819 als Ciconia mycteria; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Jabiru werd in 1906 ingevoerd door Hellmayr. Jabiru is de Tupi-naam voor deze grote ooievaar. mycteria is Grieks, van muktēr 'snuit, neus', naar de enorme snavel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Brazilië.