Alle soorten › Gierzwaluwachtigen › Kolibries › Mariakolibrie
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Nachtzwaluwen en gierzwaluwen Strisores
Mariakolibrie | Cynanthus lawrencei
Tres Marias Hummingbird | Colibrí pico ancho de Islas Marías
De mariakolibrie komt alleen voor op de Islas Marías, een eilandengroep in de Grote Oceaan voor de kust van Nayarit. Hij werd lang als ondersoort van de breedsnavelkolibrie beschouwd en geldt nu als aparte soort. Het is de enige kolibrie die op de eilanden broedt.
Geluid
Een droog, kort tsjit of tsje-dit, en bij achtervolgingen een ratelend gekwetter, zoals bij de breedsnavelkolibrie.
Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie beschikbaar.
Herkenning
9–10 cm, met een rechte, aan de basis brede snavel; bij het mannetje rood met een zwarte punt, bij het vrouwtje doffer. Het mannetje is glanzend groen met een blauwe keel en een blauwzwarte, licht gevorkte staart. Het vrouwtje is groen op de bovendelen en grijs op de onderdelen, met een witte streep achter het oog boven een donkere oorvlek en witte toppen aan de buitenste staartpennen. De verschillen met de breedsnavelkolibrie liggen vooral in kleine details van verenkleed en maten.
Verwarringssoorten
De breedsnavelkolibrie Cynanthus latirostris op het vasteland is vrijwel gelijk en komt op de eilanden niet voor. De goudkruinsmaragdkolibrie Cynanthus auriceps, die op het vasteland van Nayarit voorkomt, is kleiner en het mannetje heeft een groene keel en een lange, diep gevorkte staart.
Leefgebied
Droog loofbos, struikgewas en bosranden op de eilanden, van de kust tot op de hoogste delen. Foerageert bij bloemen van struiken en bomen, en vangt kleine insecten.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Endemisch voor het gidsgebied, en beperkt tot de Islas Marías voor de kust van Nayarit: María Madre, María Magdalena, María Cleofas en San Juanito.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. apr–sep)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
De eilanden zijn alleen onder voorwaarden en met georganiseerde boottochten te bezoeken. Waar bezoek mogelijk is, zit hij bij bloeiende struiken in en rond de nederzetting op María Madre en langs bosranden.
Staat van instandhouding
Gevoelig. Het verspreidingsgebied is zeer klein en beperkt tot enkele eilanden, waar verwilderde dieren en aantasting van het bos een risico vormen. De eilanden zijn een biosfeerreservaat.
Wetenschappelijke naam
Cynanthus lawrencei | (Berlepsch, 1887) (GBIF: Cynanthus latirostris)
Berlepsch beschreef de soort in 1887 als Iache lawrencei; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Cynanthus werd in 1827 ingevoerd door Swainson. Cynanthus is Grieks, van kuanos 'donkerblauw' en anthos 'bloesem, bloem', naar het blauw glanzende verenkleed. lawrencei eert de Amerikaanse zakenman, verzamelaar en ornitholoog George Newbold Lawrence (1806–1895). Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Islas Marías, Mexico.


