Alle soorten › Zangvogels › Mierklauwieren › McLeannans miervogel

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

McLeannans miervogel | Phaenostictus mcleannani

Ocellated Antbird | Hormiguero ocelado

De mcleannans miervogel is een grote miervogel van de bosbodem van vochtig laaglandbos, met een kale blauwe huid rond het oog en een verenkleed vol zwarte, licht omrande vlekken. Hij is een vaste volger van zwermen trekmieren en vangt de insecten die voor de mieren uit vluchten. Op een mierenzwerm is hij vaak de grootste en dominante miervogel. In het gidsgebied leeft hij van het oosten van Honduras tot Panama.

McLeannans miervogel (Phaenostictus mcleannani)
Foto: Mike's Birds from Riverside, CA, US — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Zang een lange reeks gefloten tonen die eerst stijgt en versnelt en daarna daalt. Op mierenzwermen ook schorre, ratelende roepen.

Luister: ZangXC587397

Opname: Iván Lau — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

19–20 cm. Grote kale huid rond het oog helder blauw; keel en voorste deel van het gezicht zwart; kruin bruin. Bovendelen en onderdelen roodbruin tot kaneelkleurig, dicht bezet met zwarte vlekken die licht omrand zijn, waardoor een geschubd patroon ontstaat. Staart vrij lang en donker. Poten roze tot grijsachtig. Mannetje en vrouwtje gelijk.

Verwarrings­soorten

De tweekleurige miervogel Gymnopithys bicolor volgt dezelfde mierenzwermen, maar is kleiner, met effen bruine bovendelen en een witte keel en borst zonder vlekken. Andere miervogels op mierenzwermen zijn kleiner en missen het geschubde patroon en de grote blauwe oogvlek.

Leefgebied

Bodem en onderste laag van vochtig altijdgroen laaglandbos en voetheuvelbos, vooral in ongestoord bos; meestal in de lagere zones. Leeft vrijwel alleen bij zwermen trekmieren, waar hij van lage takken en stammetjes op opgejaagde insecten en andere kleine dieren duikt.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Caribische kant van het oosten van Honduras, Nicaragua en Costa Rica; in Panama in een groot deel van het land. Buiten het gidsgebied in het noordwesten van Colombia en het noordwesten van Ecuador.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het beste te zien bij een actieve zwerm trekmieren; het gesis en geroep van de begeleidende vogels verraadt zo'n zwerm. Bekende plekken zijn La Selva in Costa Rica en de Camino del Oleoducto (Pipeline Road) in Panama.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Afhankelijk van groot, aaneengesloten bos met trekmieren; verdwijnt waar het bos versnipperd raakt.

Wetenschappelijke naam

Phaenostictus mcleannani | (Lawrence, 1861)

Lawrence beschreef de soort in 1861 als Phlogopsis MeLeannani (sic); omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Phaenostictus werd in 1909 ingevoerd door Ridgway. Phaenostictus is Grieks, van phainō 'tonen' en stiktos 'gevlekt', naar het opvallend geschubde verenkleed. mcleannani eert James McLeannan (actief rond 1860), Amerikaans ingenieur bij de Panamaspoorweg en verzamelaar van vogels. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Lion Hill aan de Panamaspoorlijn, Panama.