Alle soorten › Zangvogels › Prachtvinken › Muskaatvink
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae
Muskaatvink | Lonchura punctulata
Scaly-breasted Munia | Capuchino punteado
De muskaatvink is een kleine prachtvink uit Zuid- en Zuidoost-Azië, die als kooivogel over de wereld is verspreid. In het gidsgebied heeft hij zich op enkele plaatsen gevestigd: in het noordwesten van Baja California, op het schiereiland Yucatán en rond Tegucigalpa in Honduras. Hij leeft in groepen in tuinen, parken en ruige graslanden.
Geluid
Een zacht, klagend kie-tie of tie-tie, vaak in koor gegeven door de groep. De zang is een zachte, nauwelijks hoorbare reeks fluitjes en klikjes.
Opname: Bo Shunqi 薄顺奇 — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
11–12 cm. Gedrongen, met een korte, afgeronde staart en een dikke, donker blauwgrijze kegelsnavel. Kop, keel en bovendelen warm bruin. De witte onderdelen zijn dicht getekend met donkerbruine schubben; buikmidden en onderstaartdekveren wit. Stuit en staart met een olijfgele zweem. De seksen lijken op elkaar. Jonge vogels zijn egaal bruin van boven en effen lichtbruin van onder, zonder schubben.
Verwarringssoorten
Volwassen vogels zijn aan de geschubde onderdelen goed te herkennen. De driekleurennon Lonchura malacca heeft een zwarte kop en een witte onderkant met een zwart buikmidden; jonge driekleurennonnen zijn vrijwel gelijk aan jonge muskaatvinken. Vrouwtjes van dikbekjes zoals het noordelijk bont dikbekje Sporophila corvina en morelets dikbekje Sporophila morelleti zijn olijfbruin met een kortere, rondere snavel en lichte vleugelstrepen of een lichtere buik. Gemengde groepen met volwassen vogels helpen bij de determinatie.
Leefgebied
Tuinen, parken, braakliggende terreinen en wegbermen met zaaddragende grassen in en rond steden, ook akkers en ruige graslanden. Eet vooral graszaden, die hij in groepjes van de halmen of van de grond plukt. Bouwt een bolvormig nest van gras in een boom, struik of palm.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Van nature van India en Sri Lanka tot Zuid-China, Zuidoost-Azië, de Filipijnen en Indonesië. Ingevoerd onder meer in Hawaï, Zuid-Californië, Florida, Puerto Rico en andere eilanden in het Caribisch gebied. In het gidsgebied gevestigd in het noordwesten van Baja California (rond Tijuana, aansluitend op de populatie in Zuid-Californië), op het schiereiland Yucatán (vooral Quintana Roo en Yucatán) en rond Tegucigalpa in Honduras.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Het best te zoeken in stadsparken en tuinen met hoog, zaaddragend gras in Mérida en Cancún; groepjes zitten vaak op de halmen of laag in struiken.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd (LC). In het gidsgebied een exoot met enkele plaatselijke populaties. Over de gevolgen voor inheemse zaadeters is weinig bekend.
Wetenschappelijke naam
Lonchura punctulata | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Loxia punctulata; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Lonchura werd in 1832 ingevoerd door Sykes. Lonchura is Grieks, van lonkhē 'speerpunt' en oura 'staart', naar de spits toelopende staart. punctulata is modern Latijn voor 'fijn gestippeld', naar de schubtekening op de borst. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Calcutta in India.



