Alle soorten › Genten en aalscholvers › Genten › Nazcagent

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Keerkringvogels en watervogels Phaethoquornithes › Water- en moerasvogels Aequornithes

Nazcagent | Sula granti

Nazca Booby | Bobo de Nazca

De nazcagent is een grote, witte gent van de oostelijke Stille Oceaan, die tot het eind van de twintigste eeuw als ondersoort van de maskergent gold. Hij is van de maskergent vooral te onderscheiden aan de oranjeroze snavel. In het gidsgebied broedt hij op de Revillagigedo-eilanden en is hij elders een gast op open zee, het meest in het zuiden voor Costa Rica en Panama.

Nazcagent (Sula granti)
Foto: macraegi — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Op zee stil, in de kolonie luidruchtig. Het mannetje geeft een dun, fluitend fiew, het vrouwtje een luid, schor toeterend honk.

Luister: ZangXC766723

Opname: Bram Vogels — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

81–92 cm, fors, met lange, spitse vleugels. Volwassen vogels zijn wit, met zwarte hand- en armpennen, zodat de vleugel een brede zwarte achterrand heeft, en een zwarte staart. De naakte huid rond snavel en oog vormt een zwart masker. De snavel is oranjeroze tot zalmkleurig, het oog oranjegeel, de poten zijn grijsachtig olijf. De seksen zijn gelijk, maar verschillen in stem; vrouwtjes zijn iets groter. Jonge vogels zijn bruin op kop, hals en bovendelen, met een witte buik en vaak een smalle of onduidelijke witte halsband; de snavel is grijsachtig tot geelachtig. Het volwassen kleed wordt in ongeveer drie jaar bereikt.

Verwarrings­soorten

De maskergent Sula dactylatra is vrijwel gelijk van bouw en kleed, maar heeft bij volwassen vogels een gele tot groengele snavel en een geel oog; jonge vogels van beide soorten zijn in het veld vaak niet zeker te onderscheiden, en op de Revillagigedo-eilanden komen ook hybriden voor. De witte vorm van de roodpootgent Sula sula is kleiner, met een witte staart, rode poten, een blauwe snavel en een zwarte vlek bij de pols op de ondervleugel. De blauwvoetgent Sula nebouxii heeft een bruine rug en bovenvleugel en blauwe poten.

Leefgebied

Open, diep water ver uit de kust, waar de vogels van grote hoogte steil duiken naar sardines, vliegende vissen en inktvis. Broeden op kale grond op vlakke delen en hellingen van afgelegen vulkanische eilanden, zonder echt nest. Van de twee eieren wordt vrijwel altijd maar één jong groot: het oudste jong verdringt het jongste uit het nest.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied broedt de soort op de Revillagigedo-eilanden, vooral op San Benedicto. Buiten de broedkolonies wordt hij op zee gezien voor de Pacifische kust van Mexico tot Panama, het meest ver uit de kust van Costa Rica en Panama, onder meer rond het Cocoseiland en in de Golf van Panama. Aan de Caribische kant en in de Golf van Mexico zeer zeldzaam. Buiten het gidsgebied broedt hij vooral op de Galápagoseilanden, op Clipperton, op Malpelo voor Colombia en op La Plata voor Ecuador.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Pelagische tochten voor de Pacifische kust van Costa Rica en Panama en boottochten naar het Cocoseiland bieden de beste kansen. Bij elke grote, witte gent met zwarte achterrand aan de vleugel is de kleur van de snavel het belangrijkste kenmerk.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De populatie is groot en broedt grotendeels op beschermde eilanden. Bedreigingen zijn ingevoerde roofdieren, het verstrikt raken in vistuig en voedseltekort in El Niño-jaren.

Wetenschappelijke naam

Sula granti | Rothschild, 1902

Rothschild beschreef de soort in 1902 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Sula werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Sula gaat terug op súla, het Oudnoorse en IJslandse woord voor de jan-van-gent; die naam ging over op de genten. granti eert een zekere Grant; Rothschild legde de naam niet uit. Vaak wordt de Britse ornitholoog Claude Henry Baxter Grant (1878–1958) genoemd, maar ook William Robert Ogilvie-Grant (1863–1924) komt in aanmerking; niet getoetst. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Culpepper (Darwin), Galápagoseilanden.