Alle soorten › Zangvogels › Winterkoningen › Noordelijke huiswinterkoning
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae
Noordelijke huiswinterkoning | Troglodytes aedon
Northern House Wren | Chivirín saltapared
De noordelijke huiswinterkoning is een kleine, onopvallend gekleurde winterkoning met een luide, borrelende zang. Hij is pas sinds kort als eigen soort afgesplitst van de zuidelijke huiswinterkoning. In het gidsgebied leven standvogels met een bruine keel in de bergen van Mexico, en komen wintergasten uit Canada en de Verenigde Staten in grote aantallen naar het noorden en midden van Mexico.
Geluid
Een snelle, borrelende en neerdalende reeks heldere tonen en trillers, die vaak herhaald wordt. Roept een schurend, ratelend tsjrrr en een droog tsjek.
Opname: Ned Bohman — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
11–13 cm. Bovendelen grijsbruin tot warm bruin, met een vage, lichte wenkbrauwstreep. Onderdelen vaal grijsbeige, flanken en onderstaartdekveren met fijne donkere bandjes. Vleugels en staart met donkere bandjes. De standvogels van de Mexicaanse bergen hebben een warm beigebruine keel en borst en een duidelijker beige wenkbrauwstreep; noordelijke wintergasten zijn grijzer. Snavel fijn en licht gebogen. De seksen zijn gelijk.
Verwarringssoorten
De zuidelijke huiswinterkoning Troglodytes musculus lijkt er sterk op en is vooral op verspreiding te onderscheiden: hij leeft vanaf het zuidoosten van Veracruz, Chiapas en het schiereiland Yucatán zuidwaarts. De bewicks winterkoning Thryomanes bewickii heeft een opvallende witte wenkbrauwstreep en een langere staart met witte hoeken. De roodbrauwwinterkoning Troglodytes rufociliatus, in de bergen vanaf Chiapas zuidwaarts, heeft een kaneelbruine wenkbrauwstreep, keel en borst. De cozumelwinterkoning Troglodytes beani leeft alleen op Cozumel.
Leefgebied
Open pijn-eikenbos en eikenbos, bosranden, struikgewas en chaparral, tuinen, parken en erven. Wintergasten ook in droog struikgewas, heggen en struweel in het laagland. Zoekt insecten en spinnen laag in struiken en op de grond. Broedt in holtes, ook in nestkasten en gaten in muren.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Standvogels in de bergen van Mexico, van het noordwesten over de centrale hoogvlakte en de bergen van Midden- en Zuid-Mexico, zuidelijk tot ongeveer Oaxaca. Wintergasten in een groot deel van het noorden en midden van Mexico, in Baja California en in de laaglanden langs de Golf van Mexico tot in het noordoosten. Broedt verder in een groot deel van Canada en de Verenigde Staten.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. apr–sep)
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In de bergen van Mexico vaak te horen in tuinen en bosranden; de standvogels met hun warmbruine keel zijn het best te zien in pijn-eikenbos van de centrale bergen.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. Niet apart beoordeeld door de IUCN; als onderdeel van de brede huiswinterkoning niet bedreigd. Wijdverbreid en talrijk.
Wetenschappelijke naam
Troglodytes aedon | Vieillot, 1809
Vieillot beschreef de soort in 1809 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Troglodytes voerde hij in datzelfde werk in. Troglodytes is Grieks, van troglē 'hol, spleet' en dyein 'kruipen': 'holbewoner', naar de gewoonte om al zoekend in spleten en holten te verdwijnen. aedon is Grieks aēdōn 'nachtegaal', naar de rijke, borrelende zang. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit New York (later aangewezen).






