Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse gorzen › Oaxacagors

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Oaxacagors | Aimophila notosticta

Oaxaca Sparrow | Zacatonero oaxaqueño

De oaxacagors is een middelgrote, donkere gors van droog struikgewas op de hellingen van de binnendalen van Oaxaca. Hij is nauw verwant aan de roestruggors en komt alleen in een klein deel van het zuiden van Mexico voor. Buiten de zangtijd is hij onopvallend en blijft hij vaak laag in de struiken.

Oaxacagors (Aimophila notosticta)
Foto: Luca Boscain — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

De zang is een korte, heldere frase van fluitende tonen, vaak eindigend in een snelle triller, vergelijkbaar met die van de roestruggors. De roep is een scherp tsip en een snel, droog gekwetter.

Luister: ZangXC1176292

Opname: Manuel Grosselet — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

16–17 cm. Kruin donker roodbruin met een smalle grijze middenstreep; wenkbrauwstreep grijs, voor het oog wit, met een smalle donkere oogstreep, een smalle witte oogring en een scherpe zwarte baardstreep langs een witte keel. Rug bruin met duidelijke zwarte strepen; vleugels en lange staart warm bruin. Onderdelen grijs, flanken grijsbruin. Snavel geheel zwartachtig. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De roestruggors Aimophila rufescens is groter, warmer roestbruin, met een zware tweekleurige snavel met blauwgrijze ondersnavel en een minder sterk gestreepte rug. De roestkruingors Aimophila ruficeps is kleiner en lichter grijs, met een effen roestrode kruin en een lichtere ondersnavel. De baardgors Peucaea mystacalis, die in dezelfde dalen leeft, heeft een zwarte keel, een witte snorstreep en witte vleugelstrepen.

Leefgebied

Droog doornstruweel en struikgewas met verspreide eiken en grassen op rotsige hellingen, ook randen van droogbos en lage eikenbosjes, ongeveer tussen 1500 en 2100 m. Zoekt op de grond onder struiken naar zaden en insecten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Endemisch in Mexico. Vooral in de binnendalen en op de omringende hellingen van centraal Oaxaca, zoals de Valles Centrales en het dal van Tehuacán-Cuicatlán, met enkele vindplaatsen in het aangrenzende zuiden van Puebla.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Bekende plekken zijn de hellingen bij Yagul en Teotitlán del Valle ten oosten van de stad Oaxaca. Vroeg in de ochtend, wanneer de vogels zingen, is de kans het grootst.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Het verspreidingsgebied is klein en de soort is plaatselijk schaars; overbegrazing door geiten, branden, houtkap en de uitbreiding van akkers en bebouwing tasten het struikgewas aan.

Wetenschappelijke naam

Aimophila notosticta | (Sclater & Salvin, 1868)

Sclater & Salvin beschreef de soort in 1868 als Peucaea notosticta; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Aimophila werd in 1837 ingevoerd door Swainson. Aimophila is Grieks, van haimos 'struikgewas' en philos 'liefhebbend': 'struikgewasminnaar'. notosticta is Grieks, van nōton 'rug' en stiktos 'gevlekt', naar de gestreepte rug. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit centraal Mexico (waarschijnlijk Puebla).