Alle soorten › Zangvogels › Winterkoningen › Oeverwinterkoning

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Oeverwinterkoning | Cantorchilus semibadius

Riverside Wren | Cucarachero ribereño

De oeverwinterkoning is een roodbruine Cantorchilus-winterkoning met een zwart-wit gestreept gezicht en een fijn zwart-wit gebandeerde buik. Hij leeft alleen in het zuidwesten van Costa Rica en het westen van Panama, meestal in dicht groen langs beken en rivieren.

Oeverwinterkoning (Cantorchilus semibadius)
Foto: ken_simonite — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

Paren zingen in duet heldere, snel herhaalde fluitfrasen. Daarnaast een droge ratel.

Luister: ZangXC1021973

Opname: Stephan Risch — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

13–14 cm. Bovendelen helder kastanjebruin, vleugels en staart met smalle zwarte banden. Witte wenkbrauwstreep en wangen met zwart-witte strepen. Keel wit, borst oranjebruin tot okerkleurig; buik en flanken wit met dichte, fijne zwarte banden. Mannetje en vrouwtje gelijk.

Verwarrings­soorten

De kastanjewinterkoning Cantorchilus nigricapillus heeft een zwarte kruin en een egaal kastanjebruine onderzijde zonder fijne banden en leeft vooral aan de Caribische kant. De zwartbuikwinterkoning Pheugopedius fasciatoventris is groter, met een witte keel en borst en een zwartachtige buik. De roodborstwinterkoning Pheugopedius rutilus heeft een gespikkelde keel en een egaal oranjebruine borst.

Leefgebied

Dicht struikgewas, lianen en Heliconia langs beken en rivieren in vochtig laaglandbos en voetheuvelbos, ook bosranden, secundair bos en plantages met schaduwbomen. Zoekt laag tot halfhoog in de vegetatie naar insecten en spinnen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Pacifische kant van het zuidwesten van Costa Rica en het westen van Panama. Komt buiten het gidsgebied niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Volg beekjes en rivieroevers in het laagland van het Osa-schiereiland en de omliggende streek; het luide duet verraadt de vogel meestal eerst.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Algemeen binnen het kleine verspreidingsgebied en verdraagt secundair bos en bosranden.

Wetenschappelijke naam

Cantorchilus semibadius | (Salvin, 1870)

Salvin beschreef de soort in 1870 als Thryothorus semibadius; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Cantorchilus werd in 2006 ingevoerd door Mann, Barker, Graves, Dingess-Mann & Slater. Cantorchilus combineert Latijn cantus 'zang' met Grieks orkhilos 'winterkoning': 'zangwinterkoning'. semibadius is Latijn, van semi- 'half' en badius 'kastanjebruin', naar de roodbruine bovendelen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Bugaba, Chiriquí, Panama.