Alle soorten › Gierzwaluwachtigen › Kolibries › Paarskopkolibrie
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Nachtzwaluwen en gierzwaluwen Strisores
Paarskopkolibrie | Klais guimeti
Violet-headed Hummingbird | Colibrí cabecivioleta
De paarskopkolibrie is een kleine kolibrie van de voetheuvels aan de Caribische kant van Midden-Amerika, van Honduras tot Panama. Het mannetje heeft een violetblauwe kop en een opvallende witte vlek achter het oog. De mannetjes zingen in losse groepen vanaf vaste zitplaatsen in de ondergroei en aan de bosrand.
Geluid
Een hoog, ijl en piepend liedje van korte, herhaalde tonen, vaak minutenlang vanaf dezelfde tak. De roep is een droog tsjip.
Opname: Paul Driver — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
8 cm, met een korte, rechte zwarte snavel en een witte vlek achter het oog. Het mannetje heeft een violetblauwe kruin, wangen en keel, bronsgroene bovendelen, grijsgroene onderdelen en een groene staart met een donkere band en grijze toppen. Het vrouwtje heeft een blauwe kruin, een grijze keel en lichtgrijze onderdelen; de witte vlek achter het oog is ook bij haar duidelijk.
Verwarringssoorten
Het vrouwtje van de kroonbosnimf Thalurania colombica is groter, heeft een langere snavel en geen witte vlek achter het oog. Vrouwtjes van de witkruinkolibrie Microchera albocoronata en de koperkopsmaragdkolibrie Microchera cupreiceps zijn wit van onderen en hebben veel wit in de staart. De goudstaartsaffierkolibrie Chlorestes eliciae heeft een rode snavelbasis en een goudbronzen staart.
Leefgebied
Randen en open plekken van vochtig voetheuvel- en laaglandbos, oud secundair bos, rivieroevers en halfopen terrein met bloeiende struiken, ook schaduwkoffie en tuinen aan de bosrand, vooral tussen ongeveer 300 en 1200 m, plaatselijk lager. Foerageert laag tot middelhoog bij bloemen van struiken en kruiden en vangt kleine insecten.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
In het gidsgebied aan de Caribische helling van Honduras en Nicaragua, in Costa Rica op de Caribische helling en plaatselijk aan de Pacifische kant, en in Panama in de voetheuvels van beide hellingen oostwaarts tot Darién. Buiten het gidsgebied in Colombia, Venezuela en langs de oostelijke Andeshellingen tot in Bolivia.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In Costa Rica in de Caribische voetheuvels, bijvoorbeeld rond de Arenal-vulkaan en bij Turrialba, aan bloeiende struiken langs bosranden en tuinen bij lodges. Een zingend mannetje verraadt zich door het aanhoudende, hoge gepiep.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. In geschikt voetheuvelbos vrij algemeen. De soort verdraagt randen en secundair bos, maar is afhankelijk van bos in de nabijheid.
Wetenschappelijke naam
Klais guimeti | (Bourcier, 1843)
Bourcier beschreef de soort in 1843 als Trochilus Guimeti; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Klais werd in 1854 ingevoerd door Reichenbach. Klais verwijst naar Kleis, de dochter (en ook de moeder) van de Griekse dichteres Sappho van Lesbos. guimeti eert de Franse industriële chemicus Jean-Baptiste Guimet (1795–1871), die in 1826 een procedé voor synthetisch ultramarijn bedacht. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Caracas, Venezuela.



