Alle soorten › Zangvogels › Tangaren › Purpermaskertangare
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae
Purpermaskertangare | Stilpnia larvata
Golden-hooded Tanager | Tangara capucha dorada
De purpermaskertangare is een kleine tangare met een goudgele kop, een zwart masker met een violetblauwe rand en een zwart, wit en turquoise lichaam. Hij leeft in paren of groepjes in bosranden, secundair bos en tuinen. In het gidsgebied komt hij voor van het zuiden van Mexico tot Panama.
Geluid
Roept een korte, scherpe tsit of een herhaald tsjik. De zang is een snelle, droge reeks tikkende en tjilpende tonen die versnelt tot een kort geratel.
Opname: Oscar Campbell — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
12–13 cm. Kleine tangare met een korte, donkere snavel. Kop en nek goudgeel tot goudbruin, met een zwart masker rond snavel en oog dat boven en achter het oog wordt omzoomd door violetblauw en lichtblauw. Rug, borst en staart zwart; schouders en stuit lichtblauw tot turquoise; buik wit, flanken blauw. Het vrouwtje lijkt op het mannetje, maar is doffer, met een groenige zweem op rug en borst. Jonge vogels zijn grijsgroen met een vage geelachtige kop.
Verwarringssoorten
De okerkaptangare Tangara gyrola heeft een roodbruine kop en is verder groen, zonder zwart masker. De blauw-gouden tangare Bangsia arcaei (bergen van Costa Rica en Panama) is groter, donkerblauw met een gele buik. Jonge vogels lijken op andere doffe kleine tangares, maar hebben al een zweem van de gele kop.
Leefgebied
Bosranden, open bos, secundair bos, schaduwkoffie, plantages met verspreide bomen, tuinen en parken in vochtig laagland en heuvels tot ongeveer 1500 m. Zoekt in paren of groepjes voedsel, vaak in gemengde groepen tangares; eet kleine vruchten en insecten die van takken en bladeren worden gepikt.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Van zuidelijk Veracruz, Oaxaca, Tabasco en Chiapas langs de Caribische kant door Guatemala, Belize, Honduras en Nicaragua naar Costa Rica, waar hij ook aan de Pacifische kant leeft, en in heel Panama. Buiten het gidsgebied in het westen van Colombia en Ecuador. Standvogel.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Gewoon in tuinen en bij lodges in het laagland van Costa Rica en Panama, waar groepjes bij voedertafels met bananen komen; ook in het gebied van het Panamakanaal, zoals langs de Pipeline Road.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC). Algemeen en wijdverbreid; past zich goed aan secundair bos en tuinen aan.
Wetenschappelijke naam
Stilpnia larvata | (Du Bus de Gisignies, B-AL, 1846)
Du Bus de Gisignies, B-AL beschreef de soort in 1846 als Calliste larvata; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Stilpnia werd in 2016 ingevoerd door Burns, Unitt & Mason. Stilpnia komt van Grieks stilpnos 'glinsterend, glanzend', naar het glanzende verenkleed. larvata is Latijn voor 'gemaskerd', naar het zwarte masker rond de snavel en het oog. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Tabasco, Mexico.




