Alle soorten › Steltloperachtigen › Meeuwen, sterns en schaarbekken › Ringsnavelmeeuw

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Kraanvogels en steltlopers Gruimorphae

Ringsnavelmeeuw | Larus delawarensis

Ring-billed Gull | Gaviota de Delaware

De ringsnavelmeeuw is een van de meest verbreide meeuwen van Noord-Amerika, die zich goed heeft aangepast aan de mens en in steden, op parkeerplaatsen en vuilnisbelten voedsel zoekt. In het gidsgebied is hij een wintergast, het talrijkst in het noorden van Mexico, aan de kust en op meren in het binnenland.

Ringsnavelmeeuw (Larus delawarensis)
Foto: Paul Danese — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een hoog, mauwend kie-ow en een reeks lachende kjah-kjah-kjah-roepen, hoger en minder vol dan bij de Amerikaanse zilvermeeuw.

Luister: RoepXC1103911

Opname: Tom Cooney — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

43–54 cm, met een vrij ronde kop en een middelgrote, gele snavel met een duidelijke zwarte ring vlak achter de punt. Volwassen vogels hebben een lichtgrijze mantel, zwarte vleugelpunten met kleine witte spiegels, een licht oog met rode oogring en gele poten. In het winterkleed is de kop fijn bruin gevlekt. Het volwassen kleed wordt in het derde jaar bereikt. Vogels in hun eerste winter hebben een lichtgrijze mantel, bruin gevlekte vleugeldekveren, een witte staart met een vrij smalle, onregelmatige zwarte eindband, roze poten en een roze snavel met zwarte punt.

Verwarrings­soorten

De Californische meeuw Larus californicus is groter en donkerder grijs, met een donker oog en een rode en zwarte vlek op de snavel. De Amerikaanse stormmeeuw Larus brachyrhynchus is kleiner en donkerder grijs, met een korte, fijne snavel zonder ring en een donker oog. De Amerikaanse zilvermeeuw Larus smithsonianus is duidelijk groter, met een zwaardere snavel met een rode vlek in plaats van een ring, en roze poten. De lachmeeuw Leucophaeus atricilla is kleiner en donkergrijs van boven, met donkere snavel en poten.

Leefgebied

Stranden, havens, lagunes, riviermondingen en slikken, en in het binnenland meren, stuwmeren en rivieren; ook vuilnisbelten, akkers en stadsparken. Eet vis, insecten, regenwormen en afval.

Verspreiding en trek

In de winter talrijk langs de kusten van Baja California, Sonora en Sinaloa, langs de Golfkust van Tamaulipas en Veracruz en op meren en stuwmeren van het noorden en midden van Mexico, ook rond Mexico-Stad. Verder zuidelijk minder talrijk, tot het schiereiland Yucatán en Oaxaca, en schaars van Guatemala en Belize tot Costa Rica en Panama. Buiten het gidsgebied broedt de soort in Canada en het noorden van de Verenigde Staten en overwintert ze in grote delen van de Verenigde Staten.

  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de winter op stranden, in havens en op stuwmeren in het noorden van Mexico, vaak in groepen met andere meeuwen. De zwarte ring om de gele snavel is bij volwassen vogels ook op enige afstand te zien.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. De populatie is groot en is in de vorige eeuw sterk toegenomen. In het gidsgebied een wintergast zonder broedpopulatie.

Wetenschappelijke naam

Larus delawarensis | Ord, 1815

Ord beschreef de soort in 1815 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Larus werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Larus is Latijn, ontleend aan het Griekse laros, en sloeg bij de klassieke schrijvers op een meeuw of een andere grote zeevogel. delawarensis verwijst naar de Delaware, de rivier in het oosten van Noord-Amerika. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit de Delaware bij Philadelphia.