Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Roestvleugeltiran

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Roestvleugeltiran | Myiozetetes cayanensis

Rusty-margined Flycatcher | Bienteveo alicastaño

De roestvleugeltiran lijkt sterk op de veel algemenere roodkruintiran, maar heeft een zwartere kop en roestbruine randen aan de vleugelpennen. Hij leeft in half open land, vaak bij water, en verraadt zich door een lange, klagende roep. In het gidsgebied komt hij voor in Panama en het zuidwesten van Costa Rica.

Roestvleugeltiran (Myiozetetes cayanensis)
Foto: Mike's Birds from Riverside, CA, US — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een lang aangehouden, klagend, fluitend wieeeeeeuw, vaak herhaald, en daarnaast korte, schelle roepen en gekwetter, vooral bij een paar dat elkaar begroet.

Luister: ZangXC1179779

Opname: Juan Freile — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

16–17 cm, met een korte, stompe zwarte snavel. Kruin en masker zwartachtig, met een brede witte wenkbrauwstreep die op het voorhoofd bijna samenkomt; een oranjerode kruinvlek is meestal verborgen. Rug olijfbruin. Vleugelpennen met roestbruine randen; de vleugeldekveren hebben bij volwassen vogels geen lichte randen. Keel wit, rest van de onderdelen helder geel. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De roodkruintiran Myiozetetes similis heeft een donkergrijze in plaats van zwartachtige kruin en masker, lichte randen aan de vleugeldekveren en geen roestbruin in de pennen (jonge roodkruintirannen hebben wel roestkleurige randen); de roep is anders. De grijskruintiran Myiozetetes granadensis heeft een grijze kop zonder lange wenkbrauwstreep. De grote kiskadie Pitangus sulphuratus is veel groter, met een lange, dikke snavel.

Leefgebied

Half open land in het laagland, meestal bij water: oevers van rivieren, vijvers en moerassen, open plekken met bomen, weiland, tuinen en bosranden. Jaagt vanaf een zitplaats op insecten en eet ook kleine vruchten. Bouwt een overkoepeld nest van gras en vezels, vaak in een boom of struik boven water.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied in het zuidwesten van Costa Rica en in Panama, daar vooral in het laagland. Buiten het gidsgebied in een groot deel van tropisch Zuid-Amerika, van Colombia en Venezuela tot in het zuidwesten van Ecuador, het Amazonegebied en het zuidoosten van Brazilië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In Panama geregeld te zien langs het Panamakanaal en bij vijvers en rivieroevers in het laagland. De lange, klagende roep onderscheidt hem van de roodkruintiran, met wie hij vaak samen voorkomt.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Wijdverbreid in Zuid-Amerika en in het gidsgebied plaatselijk algemeen in open land bij water.

Wetenschappelijke naam

Myiozetetes cayanensis | (Linnaeus, 1766)

Linnaeus beschreef de soort in 1766 als [Muscicapa] cayanensis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Myiozetetes werd in 1859 ingevoerd door Sclater. Myiozetetes is Grieks, van muia 'vlieg' en zētētēs 'zoeker': 'vliegenzoeker'. cayanensis verwijst naar Cayenne in Frans-Guyana. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana.