Alle soorten › Zangvogels › Lijsters › Roodkeelsialia
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae
Roodkeelsialia | Sialia sialis
Eastern Bluebird | Azulejo garganta canela
De roodkeelsialia is een kleine lijster van open terrein met verspreide bomen. Het mannetje is van boven helderblauw en heeft een roestoranje keel en borst. Hij zit vaak rechtop op een paal, draad of lage tak en laat zich van daaruit op insecten op de grond vallen. In het gidsgebied leeft hij in de hooglanden van Mexico en noordelijk Midden-Amerika en in de pijnsavannen van Belize, Honduras en Nicaragua.
Geluid
De zang is een zacht, kabbelend gekweel van korte fluittonen, als tsjoer-lie tsjoer-lie. De roep is een zacht, dalend tu-wie of tjur-lie, vaak in de vlucht.
Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
16–20 cm. Compact, met een vrij grote ronde kop, een korte dunne snavel en lange vleugels. Mannetje van boven helderblauw; keel, borst en flanken roestoranje, buik en onderstaartdekveren wit. Vrouwtje grijzer, met blauw vooral op vleugels en staart, een dunne witte oogring en een bleker oranje borst. Jonge vogels grijsbruin met witte druppelvlekken op rug en borst en blauwe randen aan vleugels en staart.
Verwarringssoorten
De blauwkeelsialia Sialia mexicana heeft bij het mannetje een blauwe keel en vaak een kastanjebruine vlek op de rug, en een grijsachtige in plaats van witte buik; het vrouwtje heeft een grijze, geen oranje keel. De bergsialia Sialia currucoides, in de winter in het noorden van Mexico, heeft geen oranje op de onderdelen; het mannetje is geheel hemelsblauw, het vrouwtje grijsbruin met blauwe vleugels. De indigogors Passerina cyanea is kleiner, heeft een dikke kegelsnavel en mist het oranje.
Leefgebied
Open pijnbos en pijn-eikenbos, pijnsavanne, weiland met verspreide bomen, bosranden, open plekken en boomgaarden, in de hooglanden meestal tussen 1000 en 3000 m, in de pijnsavannen van Belize, Honduras en Nicaragua ook laag. Eet insecten, die hij vooral vanaf een uitkijkpost op de grond vangt, en buiten het broedseizoen ook veel bessen. Broedt in een boomholte, vaak een oud spechtengat, of in een paal of nestkast.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Broedt in het oosten van Noord-Amerika, van het zuiden van Canada tot de Golfkust. In het gidsgebied standvogel in de hooglanden van Mexico, van het noorden via de Sierra Madre Oriental en het centrale hoogland tot Chiapas, en verder in de hooglanden van Guatemala, El Salvador, Honduras en het noorden van Nicaragua; daarnaast in de pijnsavannen van Belize, het oosten van Honduras en het noordoosten van Nicaragua. In de winter komen noordelijke vogels tot in het noordoosten van Mexico.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Geregeld te zien in de Mountain Pine Ridge in Belize en in de pijnbossen rond San Cristóbal de las Casas in Chiapas. Valt het meest op wanneer hij op een paal, draad of kale tak aan een bosrand zit.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. Plaatselijk algemeen in open pijnbos en halfopen terrein; is afhankelijk van holtes in oude bomen en palen om te broeden.
Wetenschappelijke naam
Sialia sialis | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Motacilla Sialis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Sialia werd in 1827 ingevoerd door Swainson. Sialia komt van het Griekse sialis, een niet te identificeren vogel bij Athenaeus en Hesychius, zo genoemd naar zijn roep. sialis is het Griekse sialis, een niet te identificeren vogel bij Athenaeus en Hesychius, zo genoemd naar zijn roep. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit South Carolina, VS.



