Alle soorten › Nachtzwaluwachtigen › Nachtzwaluwen › Rosse nachtzwaluw

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Nachtzwaluwen en gierzwaluwen Strisores

Rosse nachtzwaluw | Antrostomus rufus

Rufous Nightjar | Chotacabras rojizo

De rosse nachtzwaluw is een middelgrote, warm roestbruine nachtzwaluw van droog bos en bosranden. In het gidsgebied leeft hij in Panama en in het zuidwesten van Costa Rica, aan de noordrand van een verspreidingsgebied dat ver Zuid-Amerika in reikt. Overdag is hij vrijwel onvindbaar, maar in de droge tijd is zijn snelle, ritmische zang in de schemering op veel plekken te horen.

Rosse nachtzwaluw (Antrostomus rufus)
Foto: Bernardo Bastos — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

De zang is een snel, ritmisch tsjuk, wiek-wiek-WIEoo, met een korte, zachte eerste toon die alleen van dichtbij te horen is; hij wordt lang achter elkaar herhaald. Zingt vooral in de schemering en bij maanlicht, het meest in de droge tijd van januari tot mei. Buiten het zangseizoen grotendeels stil.

Luister: DuetXC1166856

Opname: JAYRSON ARAUJO DE OLIVEIRA — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

25–29 cm. Een middelgrote, vrij zware nachtzwaluw met een grote kop, afgeronde vleugels en een vrij lange, afgeronde staart. Het verenkleed is warm roestbruin, dicht gemarmerd en gebandeerd met zwart; de kruin heeft zwarte strepen. De keel is roestbruin met daaronder een smalle geelbruine tot lichte band; de borst is donker gevlekt. Het mannetje heeft op de drie buitenste staartpennen een witte vlek aan de binnenvlag, kleiner dan bij de carolinanachtzwaluw; bij het vrouwtje ontbreekt dat wit. De vleugels missen een witte band.

Verwarrings­soorten

De carolinanachtzwaluw Antrostomus carolinensis, in de winter in hetzelfde gebied, is groter en iets lichter, met minder duidelijke keelband en bij het mannetje grotere witte staartvlekken; zonder zang zijn de twee lastig te scheiden. De pauraque Nyctidromus albicollis is grijzer, met een langere staart en bij het mannetje een witte vleugelband. De witstaartnachtzwaluw Hydropsalis cayennensis is kleiner en grijzer, met een roestkleurige nekband en bij het mannetje veel wit in staart en vleugel. De gevlekte poorwill Nyctiphrynus ocellatus is kleiner en donkerder, met rijen witte vlekken op de vleugel.

Leefgebied

Droog en halfgroen bos, bosranden, secundair bos, struweel met hogere bomen en open bos met grasland, van het laagland tot ongeveer 1500 m. Rust overdag op de grond tussen het blad. Jaagt 's nachts vanaf een tak of de grond op grote vliegende insecten. Legt de eieren zonder nest op de strooisellaag.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied in Panama, aan beide kanten van het land van Chiriquí en Veraguas over Coclé, Panamá en Colón tot Darién, en in het zuidwesten van Costa Rica, vooral in de provincie Puntarenas; in het noorden van Costa Rica slechts enkele meldingen. Het gaat om de ondersoort A. r. minimus. Buiten het gidsgebied op Saint Lucia en in Zuid-Amerika, van Colombia en Venezuela tot Bolivia, Paraguay en het noorden van Argentinië.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de droge tijd, van januari tot april, is de zang in de schemering te horen in droog en secundair bos rond de stad Panama, in het Pacifische laagland van Coclé en Veraguas en in de voormalige Kanaalzone. Daarna in het lamplicht zoeken naar het rode oog op een lage tak of op een pad.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. In Panama plaatselijk vrij algemeen, in Costa Rica schaars en plaatselijk. De soort verdraagt secundair bos en bosranden, maar verliest leefgebied waar droog bos volledig verdwijnt.

Wetenschappelijke naam

Antrostomus rufus | (Boddaert, 1783)

Boddaert beschreef de soort in 1783 als Caprimulgus rufus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Antrostomus werd in 1838 ingevoerd door Bonaparte. Antrostomus is Grieks, van antron 'grot' en stoma 'mond': 'grotmond', naar de enorm wijde muil. rufus is Latijn voor 'rood, roodbruin', naar het warm roodbruine verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana.