Alle soorten › Nachtzwaluwachtigen › Nachtzwaluwen › Salvins nachtzwaluw

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Nachtzwaluwen en gierzwaluwen Strisores

Salvins nachtzwaluw | Antrostomus salvini

Tawny-collared Nightjar | Tapacaminos ticurú

De salvins nachtzwaluw is een middelgrote, donkere nachtzwaluw met een roestkleurige nekband, alleen bekend uit het oosten van Mexico. Hij leeft in bos, bosranden en struweel aan de Golfkant, van Nuevo León en Tamaulipas zuidwaarts. Zoals de meeste nachtzwaluwen is hij vooral aan de zang te vinden; over zijn leefwijze is weinig bekend.

Salvins nachtzwaluw (Antrostomus salvini)
Foto: Francisco Jose Gomez Marin — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

De zang wordt beschreven als een vol, dalend tsjuk-wieeoo, met een korte, zachte voorslag, met tussenpozen herhaald, vooral in de schemering. Hij lijkt op de zang van de Yucatánnachtzwaluw, maar is eenvoudiger. De roepen zijn weinig bekend.

Luister: ZangXC920408

Opname: Leonardo Guzman Hernandez — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

22–25 cm. Een middelgrote nachtzwaluw met een grote kop, afgeronde vleugels en een vrij lange, afgeronde staart. Het verenkleed is donker grijsbruin tot zwartbruin, fijn gemarmerd en gevlekt, met zwarte strepen op de kruin. Over de achterhals loopt een roestbruine tot geelbruine nekband. De keel is donker met daaronder een witte of lichte band. Het mannetje heeft brede witte toppen aan de drie buitenste staartpennen; bij het vrouwtje zijn die toppen smaller en geelbruin. De vleugels missen een witte band.

Verwarrings­soorten

De Yucatánnachtzwaluw Antrostomus badius, die lange tijd als dezelfde soort werd beschouwd, lijkt er sterk op, maar is iets warmer bruin en heeft een andere zang; de verspreidingsgebieden sluiten op elkaar aan zonder duidelijke overlap. De carolinanachtzwaluw Antrostomus carolinensis is in de winter in hetzelfde gebied, maar is groter en warmer roestbruin, zonder duidelijke nekband. De Mexicaanse whippoorwill Antrostomus arizonae is grijzer, zonder roestkleurige nekband, en leeft vooral hoger in de bergen. De pauraque Nyctidromus albicollis is groter en langstaartiger, met bij het mannetje een witte vleugelband.

Leefgebied

Groenblijvend en halfgroen bos in het laagland en de uitlopers, bosranden, secundair bos, doornstruweel en weiland met bosjes, tot ongeveer 1500 m. Rust overdag op de grond. Jaagt 's nachts vanaf een tak of de grond op vliegende insecten. Over het broeden is weinig bekend; de eieren worden zoals bij verwante soorten op de grond gelegd.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Endemisch voor het oosten van Mexico. Aan de Golfkant van Nuevo León en Tamaulipas over San Luis Potosí, Querétaro en Veracruz tot het noorden van Oaxaca, en plaatselijk in het noorden van Chiapas, onder meer in het Lacandonse bos rond Nahá. Losse meldingen elders in Mexico en in Guatemala zijn niet bevestigd. Buiten het gidsgebied komt de soort niet voor.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In het broedseizoen, van maart tot juni, is de zang in de schemering te horen in de uitlopers van de Sierra Madre Oriental in Tamaulipas, onder meer rond Gómez Farías en El Cielo, en in het beschermde gebied Nahá in Chiapas. Langs onverharde wegen licht het oog in het lamplicht rood op.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Het verspreidingsgebied is vrij klein en de soort is slecht bekend, maar zij komt ook in secundair bos en bosranden voor. Kap van laaglandbos aan de Golfkant voor landbouw en veeteelt is de belangrijkste druk.

Wetenschappelijke naam

Antrostomus salvini | (Hartert, 1892)

Hartert beschreef de soort in 1892 als Caprimulgus salvini; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Antrostomus werd in 1838 ingevoerd door Bonaparte. Antrostomus is Grieks, van antron 'grot' en stoma 'mond': 'grotmond', naar de enorm wijde muil. salvini eert de Britse natuuronderzoeker Osbert Salvin (1835–1898), medeauteur van de Biologia Centrali-Americana. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Mirador, Veracruz, Mexico (aangenomen).