Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Salvins tiran

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Salvins tiran | Aphanotriccus capitalis

Tawny-chested Flycatcher | Mosquero pechileonado

De salvins tiran is een kleine, onopvallende tiran van de onderlaag van vochtig laaglandbos aan de Caribische kant van Nicaragua en Costa Rica. Hij heeft een grijze kop, een olijfgroene rug en een warm okerkleurige borst. De soort komt alleen in het gidsgebied voor en is schaars.

Salvins tiran (Aphanotriccus capitalis)
Foto: Dominic Sherony — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Korte, scherpe roepjes en een snelle, droge reeks tonen; de zang is weinig bekend.

Luister: ZangXC958140

Opname: Beth Cottam — CC0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

12–13 cm. Kop grijs met een witte teugel en een smalle witte oogring. Rug olijfgroen. Vleugels donker met twee okerkleurige vleugelstrepen. Keel witachtig, borst warm oker- tot roestbruin, buik lichtgeel. Bovensnavel zwart, ondersnavel licht. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De roodstaarttiran Terenotriccus erythrurus is kleiner, met een roestbruine staart en stuit en zonder vleugelstrepen. De beukenfeetiran Empidonax virescens en andere feetirannen missen de okerkleurige borst en de grijze kop. De zwavelstuittiran Myiobius sulphureipygius heeft een opvallende gele stuit.

Leefgebied

Onderlaag en randen van vochtig laaglandbos en het lagere deel van de voetheuvels, vaak in dichte lianen en struikgewas aan bosranden, langs beekjes en in oud secundair bos. Jaagt vanaf een lage tak op insecten, die hij van bladeren pikt of in de lucht vangt.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Alleen in het gidsgebied: de Caribische kant van het zuidoosten van Nicaragua en het noorden en midden van Costa Rica.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Moeilijk te vinden; het meest kans geeft dicht struikgewas aan bosranden en langs beekjes in de Caribische laaglanden van het noorden van Costa Rica. Zit vaak lang stil en is beter te vinden op geluid.

Staat van instandhouding

Kwetsbaar. Het kleine verspreidingsgebied ligt in een streek waar veel laaglandbos is omgezet in weiland en plantages.

Wetenschappelijke naam

Aphanotriccus capitalis | (Salvin, 1865)

Salvin beschreef de soort in 1865 als Myiobius capitalis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Aphanotriccus werd in 1905 ingevoerd door Ridgway. Aphanotriccus is Grieks, van aphanēs 'onopvallend, onzichtbaar' en trikkos, een niet nader bepaald klein vogeltje, gebruikt voor tirannen. capitalis is Latijn voor 'van de kop', van caput 'kop', vermoedelijk naar de grijze kop die afsteekt tegen het lijf. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Tucurrique, Costa Rica.