Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Savannebuizerd

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Havikachtigen en uilen Hieraves

Savannebuizerd | Buteogallus meridionalis

Savanna Hawk | Gavilán sabanero

De savannebuizerd is een grote, roodbruine buizerd met zeer lange, brede vleugels, lange gele poten en een korte zwarte staart met één witte band. Hij zit vaak op palen, lage bomen of op de grond in open grasland en jaagt op grote insecten, kikkers, slangen, krabben en kleine zoogdieren, ook achter grasbranden en ploegen aan. In het gidsgebied is hij een standvogel van het laagland van Panama, die zich sinds het begin van deze eeuw ook in het zuidwesten van Costa Rica heeft gevestigd.

Savannebuizerd (Buteogallus meridionalis)
Foto: Bernard DUPONT from FRANCE — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een schorre, langgerekte, dalende kreet, kieeeeerr, vooral rond het nest en bij ruzies.

Luister: VluchtroepXC1135387

Opname: JAYRSON ARAUJO DE OLIVEIRA — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

46–61 cm, met zeer lange, brede vleugels, lange gele poten en een korte staart. Volwassen vogels zijn kaneelrood tot roodbruin, met fijne donkere bandjes op de onderdelen en een grijzig gevlekte mantel. De slagpennen zijn roodbruin met een brede zwarte achterrand en zwarte vleugelpunten. De staart is zwart met één brede witte band in het midden en een smalle witte eindzoom. Het oog is bruin tot oranje, de washuid geel. In de vlucht lijken de vleugels lang en rechthoekig en reiken ze in zit tot voorbij de staartpunt. Jonge vogels zijn doffer en bruiner, met een lichte wenkbrauwstreep, okergele onderdelen met donkere strepen en een staart met meerdere smalle banden. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk; het vrouwtje is groter.

Verwarrings­soorten

Door de roodbruine kleur, de lange poten en de lange vleugels vrijwel onmiskenbaar. De moerasbuizerd Busarellus nigricollis is ook roodbruin, maar heeft een witte kop, een zwarte halsvlek en kortere, bredere vleugels, en leeft bij water. De woestijnbuizerd Parabuteo unicinctus is donkerbruin met roodbruine schouders en dijen en een witte staartbasis. De wegbuizerd Rupornis magnirostris is veel kleiner en grijsbruin.

Leefgebied

Open laaglandsavanne, grasland en weiland met verspreide bomen en palen, vochtige graslanden, moerasranden en rijstvelden; vooral in het laagland tot ongeveer 600 m. Zit vaak lang stil op een paal of laag in een boom, of loopt over de grond. Verschijnt bij grasbranden en ploegende trekkers om opgejaagde prooien te pakken.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Standvogel in Panama, vooral in het laagland aan de Pacifische kant, van Chiriquí via Veraguas, Herrera, Los Santos en Coclé tot de provincie Panamá en het oosten tot in Darién; plaatselijk ook aan de Caribische kant in Colón. Sinds het begin van deze eeuw uitgebreid naar het zuidwesten van Costa Rica, waar de soort in de provincie Puntarenas inmiddels vaste broedvogel is; enkele waarnemingen verder noordelijk, tot in Nicaragua. Buiten het gidsgebied in Zuid-Amerika, van Colombia en Venezuela tot in het noorden van Argentinië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Langs de Pan-Americana in de laaglanden van Coclé en Herrera in Panama zitten vogels vaak op hekpalen en in losse bomen in het weiland; in Costa Rica is de soort te zien in de open landbouwgebieden van het zuiden van Puntarenas.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Profiteert van de ontginning van bos tot weiland en breidt zich in het gidsgebied uit.

Wetenschappelijke naam

Buteogallus meridionalis | (Latham, 1790)

Latham beschreef de soort in 1790 als Falco meridionalis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Buteogallus werd in 1830 ingevoerd door Lesson. Buteogallus is Latijn, van buteo 'buizerd' en gallus 'haan, hoen'; de reden voor dat tweede deel is niet duidelijk. meridionalis is Latijn voor 'zuidelijk', naar het verspreidingsgebied in Zuid-Amerika. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana.