Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Zwarte buizerd
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Havikachtigen en uilen Hieraves
Zwarte buizerd | Buteogallus anthracinus
Common Black Hawk | Aguililla-negra menor
De zwarte buizerd is een gedrongen, roetzwarte buizerd met zeer brede vleugels, een korte staart met één brede witte band en gele washuid en poten. Hij leeft bij water, van mangroven, stranden en lagunes aan de kust tot rivieren met galerijbos in het binnenland, en eet vooral krabben, vissen, kikkers en reptielen. In het gidsgebied is hij een wijdverbreide standvogel van Mexico tot Panama.
Geluid
Een hoge, schelle, versnellende reeks fluittonen, pii-pii-pii-piiie-piiie, vaak in de vlucht en rond het nest.
Opname: Gean Carlo Valdés — CC0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
43–56 cm, gedrongen, met zeer brede, afgeronde vleugels en een korte staart. Volwassen vogels zijn roetzwart tot donker leigrijs, met gele tot oranjegele washuid, teugels en poten. De staart is zwart met één brede witte band in het midden en een smalle witte eindzoom. In de vlucht zijn de vleugels van onderen zwart, met een kleine lichte vlek aan de basis van de buitenste handpennen. Jonge vogels zijn donkerbruin van boven en roomkleurig tot okergeel met zware donkere strepen van onder, met een lichte kop met een donkere oogstreep en baardstreep, en een staart met vijf tot zeven smalle donkere banden. Langs de Pacifische kust van El Salvador tot Panama leeft de wat kleinere en bruinere mangrovevorm (subtilis), die vroeger als aparte soort werd gezien. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk; het vrouwtje is groter.
Verwarringssoorten
De zwarte arendbuizerd Buteogallus urubitinga is groter, met langere poten, een langere staart met een witte basis en een witte stuit, en heeft geen lichte vlek in de handpennen. De Amerikaanse zwarte arend Buteogallus solitarius is veel groter, leigrijs, met nog bredere vleugels en een zeer korte staart, en leeft in de bergen. De bandstaartbuizerd Buteo albonotatus is slanker, heeft tweekleurige ondervleugels, meerdere staartbanden en zweeft met de vleugels in een V zoals een kalkoengier. De zwarte gier Coragyps atratus heeft een kale grijze kop en een korte staart zonder witte band.
Leefgebied
Mangroven, stranden, lagunes en estuaria aan de kust; in het binnenland rivieren, beken en moerassen met galerijbos en oeverbos, in droog land langs waterlopen tot ongeveer 1200 m. Zit vaak op een lage tak of een paal bij het water en jaagt van daaruit, of loopt over modderbanken en door ondiep water op zoek naar krabben.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Standvogel in een groot deel van Mexico, aan de Pacifische kant vanaf Sonora en Chihuahua en aan de Golfkant vanaf Tamaulipas, zuidwaarts via Oaxaca, Chiapas en het schiereiland Yucatán, en verder door heel Midden-Amerika tot Panama. In Midden-Amerika vooral aan de kust en in het laagland, aan de Pacifische kant overwegend in mangroven. Vogels uit het zuidwesten van de Verenigde Staten trekken in de winter naar Mexico. Buiten het gidsgebied in het zuidwesten van de Verenigde Staten, op enkele Caribische eilanden, in het noorden van Zuid-Amerika en langs de Pacifische kust tot in het noordwesten van Peru.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In mangroven en bij riviermondingen aan de Pacifische kust van Costa Rica en Panama zit de soort vaak opvallend op een tak of paal bij het water, bijvoorbeeld bij de monding van de rivier Tárcoles in Costa Rica en bij San Blas in Nayarit.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. Plaatselijk achteruit door het kappen van mangroven en het verdwijnen van oeverbos, maar in het gidsgebied wijdverbreid.
Wetenschappelijke naam
Buteogallus anthracinus | (Deppe, 1830)
Deppe beschreef de soort in 1830 als Falco anthracinus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Buteogallus werd in 1830 ingevoerd door Lesson. Buteogallus is Latijn, van buteo 'buizerd' en gallus 'haan, hoen'; de reden voor dat tweede deel is niet duidelijk. anthracinus is Latijn voor 'koolzwart', van het Griekse anthrax 'kool', naar het zwarte verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Veracruz, Mexico.






