Alle soorten › Zangvogels › Mierpitta's › Schubkapmierpitta

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Schubkapmierpitta | Grallaria guatimalensis

Scaled Antpitta | Hormiguero cholino escamoso

De schubkapmierpitta is de grootste en meest verbreide mierpitta van het gidsgebied: een ronde, langbenige bodemvogel van vochtig bergbos, met geschubde bovendelen en een warm roodbruine onderzijde. Hij komt voor van Mexico tot Panama.

Schubkapmierpitta (Grallaria guatimalensis)
Foto: https://www.flickr.com/photos/15608275@N07 — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een lage, holle, trillende reeks tonen die aanzwelt en in toonhoogte stijgt en aan het eind weer iets daalt. Zingt vooral in de schemering, vaak vanaf de grond of een lage tak.

Luister: ZangXC1094021

Opname: Julio Delgado — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

16–18 cm, met een zeer korte staart en lange, grijsroze poten. Kruin en nek grijs met zwarte schubtekening, rug olijfbruin met zwarte schubben. Een donkere baardstreep, een okerbeige wangvlek en een lichte, halvemaanvormige band over de onderkeel. Borst en buik warm okerbruin tot roodbruin. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

Andere mierpitta's in het gidsgebied zijn veel kleiner en missen de geschubde kruin en rug. Mierlijsters van het geslacht Formicarius hebben een langere, opgerichte staart en een ongeschubde, donkere kop.

Leefgebied

Bodem van vochtig bergbos en nevelwoud, vooral in ravijnen, langs beekjes en op steile hellingen met een dichte onderlaag, ook in oud secundair bos en ruige bosranden. Loopt en springt over de bosbodem en zoekt daar regenwormen, insecten en andere ongewervelde dieren.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied in de bergen van het zuiden en midden van Mexico, het hoogland van Guatemala, El Salvador, Honduras en Nicaragua, en in de bergen van Costa Rica en Panama. Buiten het gidsgebied in de bergen van Zuid-Amerika.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het meest kans geeft stil luisteren bij dageraad of schemering in een bosravijn. Na regen of op modderige paden komt de vogel soms even in de open.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Schaars en weinig gezien, maar wijd verbreid; gevoelig voor de kap van bergbos.

Wetenschappelijke naam

Grallaria guatimalensis | de Lafresnaye, 1842

De Lafresnaye beschreef de soort in 1842 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Grallaria werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Grallaria komt van Latijn grallae 'steltlopers, stelten', naar de lange poten. guatimalensis betekent 'uit Guatemala', het land van de typelocatie. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Guatemala.