Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Tandwouw

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Havikachtigen en uilen Hieraves

Tandwouw | Harpagus bidentatus

Double-toothed Kite | Gavilán bidentado

De tandwouw is een kleine, havikachtige roofvogel van vochtig bos, genoemd naar de twee tandjes aan de snijrand van de bovensnavel. Hij jaagt in het bladerdak op grote insecten en hagedissen, vaak in het kielzog van troepen apen die prooien opjagen. In het gidsgebied is hij een standvogel van het zuiden van Mexico tot Panama.

Tandwouw (Harpagus bidentatus)
Foto: Christoph Moning — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een dun, hoog en fluitend tsieuw-wiet of een reeks hoge wie-wie-wie-tonen, vaak vanaf een tak in het bladerdak.

Luister: ZangXC421137

Opname: Fernando Igor de Godoy — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

29–35 cm. De kop is leigrijs en de witte keel heeft een smalle, donkere middenstreep. Bij het mannetje is de borst roestrood, bij het vrouwtje roestrood met grijze banden; de buik is grijs en roestrood gebandeerd. De bovendelen zijn grijsbruin, de staart is donker met drie smalle lichte banden. Het oog is rood tot oranje. In de vlucht vallen de witte, pluizige onderstaartdekveren op, die vaak tot aan de zijkanten van de stuit worden uitgestoken, en de vrij korte, afgeronde vleugels met lichte, fijn gebandeerde slagpennen. Jonge vogels zijn bruin van boven en wit of roomkleurig met donkere lengtestrepen van onderen, maar hebben ook de donkere keelstreep.

Verwarrings­soorten

De tweekleurige havik Astur bicolor is groter, met een effen grijze borst, roestrode dijen en geen keelstreep. De wegbuizerd Rupornis magnirostris heeft een geel oog, een bruine of grijze borst zonder keelstreep en in de vlucht roestrode vleugelvelden. De gestreepte bosvalk Micrastur ruficollis heeft een kale gele huid rond het oog, een langere staart en fijn gebandeerde onderdelen zonder roestrood. Jonge tandwouwen lijken op jonge Amerikaanse sperwers Accipiter striatus, maar hebben de donkere keelstreep.

Leefgebied

Vochtig laaglandbos en heuvelbos, plaatselijk tot in het lagere bergbos, ook oud secundair bos, bosranden en galerijbos. Zit lang stil op een tak in of onder het bladerdak en cirkelt in de ochtend vaak kort boven het bos, met de witte onderstaartdekveren naar opzij gespreid.

Verspreiding en trek

Standvogel van het zuiden van Mexico (zuidelijk Veracruz, Oaxaca, Tabasco, Chiapas en het schiereiland Yucatán) door Belize, Guatemala, Honduras en Nicaragua tot Costa Rica en Panama, aan de Caribische kant algemener dan aan de Pacifische; in El Salvador zeldzaam. Daarnaast plaatselijk aan de Pacifische kant van West-Mexico, vooral in Nayarit, Jalisco en Guerrero. Buiten het gidsgebied in tropisch Zuid-Amerika tot Bolivia en het zuidoosten van Brazilië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Volgt vaak troepen brulapen of slingerapen door het bladerdak en zit dan op een tak in de buurt, zoals bij La Selva en Carara in Costa Rica en langs de Pipeline Road in Panama.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. In het gidsgebied plaatselijk achteruitgegaan door het kappen van bos, maar ook aanwezig in oud secundair bos.

Wetenschappelijke naam

Harpagus bidentatus | (Latham, 1790)

Latham beschreef de soort in 1790 als Falco bidentatus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Harpagus werd in 1824 ingevoerd door Vigors. Harpagus komt van het Griekse harpagos 'enterhaak' of harpax 'rover', naar de haakvormige snavel en de grijpende levenswijze. bidentatus is Latijn voor 'tweetandig', naar de twee tandachtige uitsteeksels op de rand van de bovensnavel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana.