Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Buffons kiekendief

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Havikachtigen en uilen Hieraves

Buffons kiekendief | Circus buffoni

Long-winged Harrier | Gavilán planeador

De buffons kiekendief is een grote kiekendief met lange, smalle vleugels en een lange staart, die laag en zwevend, met de vleugels in een ondiepe V, boven moerassen, natte graslanden en rijstvelden jaagt op kleine vogels, knaagdieren, kikkers en reptielen. Er bestaan een lichte en een donkere vorm. In het gidsgebied leeft hij alleen in het oosten van Panama, waar hij sinds het begin van deze eeuw steeds vaker in de moerassen en rijstvelden van Darién en de provincie Panamá wordt gezien.

Buffons kiekendief (Circus buffoni)
Foto: Cláudio Dias Timm from Rio Grande do Sul — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Meestal stil. Bij het nest een hoog, schel kie-kie-kie en een fluitend gepiep.

Luister: VluchtroepXC288364

Opname: Marcelo Villegas — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

46–60 cm, met lange, smalle vleugels, een lange, gebandeerde staart en lange gele poten; het vrouwtje is groter dan het mannetje. Lichte vogels hebben donkerbruine tot zwartachtige bovendelen, een witte stuit, een wit voorhoofd en een witte wenkbrauwstreep, een donkere borstband en verder witte, licht gestreepte onderdelen; de grijze slagpennen zijn van onderen zwart gebandeerd. Donkere vogels zijn vrijwel geheel zwartbruin, met een witte stuit en grijze, zwart gebandeerde slagpennen en staart. Mannetjes hebben meer grijs op de vleugels dan vrouwtjes. Jonge vogels zijn bruin van boven en roomkleurig met donkere strepen van onderen.

Verwarrings­soorten

De Amerikaanse blauwe kiekendief Circus hudsonius is kleiner, met kortere vleugels; mannetjes zijn lichtgrijs, vrouwtjes en jonge vogels bruin met een witte stuit en een uilachtige gezichtssluier, maar zonder donkere borstband. In Panama is die soort een zeldzame wintergast. De slakkenwouw Rostrhamus sociabilis jaagt ook laag boven moeras, maar heeft bredere vleugels, een dunne, sterk gehaakte snavel en een witte staartbasis.

Leefgebied

Zoetwatermoerassen, natte graslanden, rijstvelden en overstroomde weilanden in het laagland, ook kwelders en de randen van mangrove. Jaagt in een lage, zwevende vlucht over open, vlak terrein en rust op de grond of op een lage paal.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied alleen in het oosten van Panama: in de moerassen en rijstvelden rond Matusagaratí, Yaviza en El Real in Darién, in het moeras van Tocumen bij Panama-Stad en in de rijstvelden ten oosten daarvan; daarnaast enkele waarnemingen in Coclé en Colón. Vogels worden er in alle maanden gezien; of de soort er broedt, is niet zeker vastgesteld. Uit de rest van het gidsgebied zijn alleen enkele onzekere meldingen bekend. Buiten het gidsgebied in Colombia, Venezuela, Trinidad, de Guyana’s en een groot deel van Zuid-Amerika ten oosten van de Andes, zuidwaarts tot Argentinië.

  • Jaarrond
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de moerassen van Matusagaratí bij Metetí in Darién en in de rijstvelden in de omgeving zweven vogels laag over water en gras. In het droge seizoen, van januari tot april, zijn deze gebieden over de weg bereikbaar.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. In het gidsgebied zeldzaam en afhankelijk van een klein aantal moerassen, die door drooglegging voor rijstbouw en veeteelt onder druk staan; de toename van het aantal waarnemingen hangt mogelijk samen met de uitbreiding van rijstvelden en met meer waarnemers.

Wetenschappelijke naam

Circus buffoni | (Gmelin, 1788)

Gmelin beschreef de soort in 1788 als Falco Buffoni; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Circus werd in 1799 ingevoerd door De Lacépède. Circus komt van het Griekse kirkos, een roofvogel die naar zijn cirkelende vlucht werd genoemd. buffoni eert de Franse natuuronderzoeker Georges-Louis Leclerc, graaf van Buffon (1707–1788). Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Noordoost-Brazilië.