Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Topper

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Eend- en hoendervogels Galloanserae

Topper | Aythya marila

Greater Scaup | Porrón bastardo

De topper is een duikeend van het hoge noorden, die rond de hele Noordpool broedt en vooral op zee en in kustwateren overwintert. Hij bereikt de noordrand van het gidsgebied in kleine aantallen. Door de grote gelijkenis met de veel talrijkere kleine topper wordt hij hier gemakkelijk over het hoofd gezien, maar ook gemakkelijk verkeerd gemeld.

Topper (Aythya marila)
Foto: Chuck Homler d/b/a Focus On Wildlife — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

In de winter meestal stil. Het vrouwtje heeft een rauw, diep karr, het mannetje in de balts zachte, fluitende tonen.

Luister: RoepXC142583

Opname: Andrew Spencer — CC BY-NC-SA 3.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

42–51 cm, groter en zwaarder dan de kleine topper, met een ronde kop zonder piek en een brede snavel met een vrij groot zwart nageltje. Het mannetje heeft een zwarte kop met een groene glans, een zwarte borst en stuit, een lichtgrijze, fijn gevermiculeerde rug en helder witte flanken. Het oog is geel. Het vrouwtje is bruin met een grijzige rug en een breed wit vlak rond de snavelbasis; in de late winter soms een lichte vlek op de oorstreek. In de vlucht loopt een brede witte streep over de armpennen door tot ver op de handpennen.

Verwarrings­soorten

De kleine topper Aythya affinis heeft een kleinere kop met een piek achter op de kruin, meer paarse dan groene glans, een smallere snavel met een klein nageltje en een iets donkerdere rug; de witte vleugelstreep beperkt zich vooral tot de armpennen. De kopglans hangt sterk af van het licht en is alleen niet doorslaggevend. De ringsnaveleend Aythya collaris heeft een zwarte rug, een witte snavelring en een grijze vleugelstreep.

Leefgebied

In de winter vooral kustwateren: baaien, lagunes, estuaria en havens, ook ondiepe zee dicht onder de kust; in het binnenland op grote meren en stuwmeren. Duikt vooral naar schelpdieren en andere ongewervelden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Een schaarse wintergast in het noordwesten van Mexico, vooral langs de kusten van Baja California en Sonora; in het binnenland van het noorden van Mexico en langs de kust van Tamaulipas zeldzaam. Verder zuidelijk zijn er slechts enkele meldingen, waarvan een deel onzeker is door de verwarring met de kleine topper. Broedt op de toendra en in het noordelijk taigagebied van Alaska, Canada en Eurazië en overwintert langs de kusten van Noord-Amerika, Europa en Oost-Azië.

  • Jaarrond
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Baaien en lagunes aan de kust van Baja California in de wintermaanden, tussen groepen kleine toppers; kopvorm, snavelbreedte en in de vlucht de lange witte vleugelstreep zijn de beste kenmerken.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd, hoewel de Noord-Amerikaanse stand sinds de jaren tachtig is afgenomen. In het gidsgebied een schaarse wintergast aan de noordrand.

Wetenschappelijke naam

Aythya marila | (Linnaeus, 1761)

Linnaeus beschreef de soort in 1761 als Anas Marila; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Aythya werd in 1822 ingevoerd door Boie. Aythya komt van Grieks aithuia, bij Aristoteles en Hesychius de naam van een niet nader te bepalen duikende zeevogel. marila is Grieks voor 'houtskoolgruis' of 'kolenstof'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Lapland.