Alle soorten › Duifachtigen › Duiven › Turkse tortel
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Duiven, toerako's en verwanten Columbaves › Duiven en zandhoenders Columbimorphae
Turkse tortel | Streptopelia decaocto
Eurasian Collared-Dove | Tórtola turca
De Turkse tortel is in het gidsgebied een exoot: hij komt hier van nature niet voor. Na ontsnappingen op de Bahama's in de jaren zeventig verspreidde hij zich over Florida en grote delen van Noord-Amerika, en vanaf de jaren negentig ook over Mexico. Inmiddels broedt hij in het hele gidsgebied tot in Panama, vrijwel altijd bij dorpen, steden en boerderijen.
Geluid
Een driedelig, dof koeren met de nadruk op de middelste toon, koe-KOE-koe, vaak lang herhaald vanaf een dak, antenne of draad. In de vlucht en bij de landing een hees, nasaal khurrr.
Opname: Mats Olsson — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
30–33 cm. Een slanke, licht zandgrijze duif met een lange staart en een smalle zwarte halsband op de achterhals, aan de randen wit omzoomd. Kop en onderdelen zijn licht grijsbeige met een roze tint, de bovendelen iets bruiner. De handpennen zijn donker en steken af tegen de lichtere dekveren. Van onderen is de staart aan de basis donker met een brede witte eindband; de onderstaartdekveren zijn grijs. Het oog is donkerrood, de poten roze. De seksen zijn gelijk; jonge vogels missen de halsband.
Verwarringssoorten
De izabeltortel Streptopelia roseogrisea, die in het gidsgebied alleen als ontsnapte kooivogel opduikt, is kleiner en bleker, met witte onderstaartdekveren en minder contrast in de vleugel. De treurduif Zenaida macroura is kleiner en slanker, met een spitse staart, zwarte vlekken op de vleugel en geen halsband. De witvleugeltreurduif Zenaida asiatica heeft een brede witte streep op de vleugel. De rotsduif Columba livia is gedrongener en grijzer, zonder halsband.
Leefgebied
Dorpen, steden, tuinen, parken, erven en boerderijen, en akkers, graanopslag en weiland met bomen daaromheen; ook plantages en boomgaarden. Ontbreekt in gesloten bos. Eet zaden en graan, vaak op de grond bij silo's, veevoerplaatsen en markten. Het nest is een dun platform van takjes in een boom, palm of op een gebouw.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
In heel Mexico gevestigd, van Baja California en het noorden tot het schiereiland Yucatán en Chiapas, en verder zuidelijk in Belize, Guatemala, El Salvador, Honduras, Nicaragua, Costa Rica en Panama; in Costa Rica en Panama vooral aan de Pacifische kant en nog plaatselijk. Breidt zich nog altijd uit. Van nature in Zuid- en Zuidwest-Azië; in de twintigste eeuw over Europa uitgebreid en ingevoerd in onder meer Noord-Amerika en het Caribisch gebied.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In Mexico op vrijwel elke draad en elk dak in dorpen en bij boerderijen te zien, vaak samen met de witvleugeltreurduif. Verder zuidelijk het makkelijkst te vinden in steden en dorpen in het droge laagland langs de Pacifische kust.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd. In het gidsgebied een exoot die zich snel uitbreidt. Over de gevolgen voor inheemse duiven is weinig bekend.
Wetenschappelijke naam
Streptopelia decaocto | (Frivaldszky, 1838)
Frivaldszky beschreef de soort in 1838 als Columba decaocto; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Streptopelia werd in 1855 ingevoerd door Bonaparte. Streptopelia is Grieks, van streptos 'halsband, gedraaide ketting' en peleia 'duif', naar de donkere halsband van deze tortels. decaocto is Grieks voor 'achttien', van deka 'tien' en oktō 'acht', en bootst de roep na; volgens een Griekse sage werd een dienstmeisje dat maar achttien munten per jaar verdiende in deze duif veranderd. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Turkije.



