Alle soorten › Duifachtigen › Duiven › Rotsduif

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Duiven, toerako's en verwanten Columbaves › Duiven en zandhoenders Columbimorphae

Rotsduif | Columba livia

Rock Pigeon | Paloma bravía

De rotsduif is in het gidsgebied een exoot: hij komt hier van nature niet voor. De Spanjaarden brachten in de zestiende eeuw tamme duiven mee naar Amerika, en de verwilderde nakomelingen daarvan, de stadsduiven, leven nu in vrijwel elke stad en elk dorp van Mexico tot Panama. Wilde rotsduiven komen in het gidsgebied niet voor.

Rotsduif (Columba livia)
Foto: william_stephens — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een laag, rollend koeren, oerroe-koe, vooral bij het baltsen. Bij het opvliegen klappen de vleugels luid.

Luister: VluchtroepXC462611

Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

31–34 cm. Een forse, gedrongen duif met een kleine kop en vrij korte staart. De oorspronkelijke vorm is blauwgrijs, met een donkerder kop, een groen en paars glanzende hals, twee zwarte vleugelbanden, een witte stuit en een donkere eindband op de staart. Stadsduiven zijn zeer variabel: van vrijwel zwart en geschubd tot roodbruin, gevlekt of geheel wit, maar veel vogels lijken op de oorspronkelijke vorm. Het oog is oranje, de snavel donker met een witte washuid, de poten rood.

Verwarrings­soorten

De bandstaartduif Patagioenas fasciata, in bergbossen, heeft een gele snavel, een witte halve halsband en een lichte eindband op de staart, en geen vleugelbanden. De roodsnavelduif Patagioenas flavirostris is wijnrood op kop en borst, met een rode snavelbasis. De Turkse tortel Streptopelia decaocto is slanker en zandkleurig, met een zwarte halsband en een lange staart.

Leefgebied

Steden, dorpen, pleinen, markten, kerken, bruggen, havens en industrieterreinen, en akkers en graanopslag daaromheen. Broedt op richels en in holtes in gebouwen. Eet zaden, graan en afval, vaak in groepen op pleinen en straten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

In het hele gidsgebied gevestigd in steden en dorpen, van Baja California en het noorden van Mexico tot Panama; in natuurgebied ver van bebouwing vrijwel afwezig. Van nature in Europa, Noord-Afrika en Zuidwest-Azië; als stadsduif wereldwijd ingevoerd.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op vrijwel elk centraal plein, bij kerken en op markten te zien. Wie de oorspronkelijke tekening zoekt, let op de witte stuit en de twee zwarte vleugelbanden.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. In het gidsgebied een exoot die vrijwel alleen in bebouwd gebied leeft.

Wetenschappelijke naam

Columba livia | Gmelin, 1789

Gmelin beschreef de soort in 1789 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Columba werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Columba is Latijn voor 'duif' en gaat terug op het Griekse kolumbos 'duiker', bij kolumbaō 'duiken, zwemmen'; de klassieke schrijvers noemden de rotsduif zo naar de zwemmende slag van de vleugels in de vlucht. livia is een middeleeuws-Latijnse nevenvorm van livida 'loodgrijs, blauwgrijs', de vertaling die Theodorus Gaza gaf van het Griekse peleia 'duif', zelf van pellos 'donker'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit zuidelijk Europa.