Alle soorten › Kraanvogelachtigen › Koerlan › Koerlan

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Kraanvogels en steltlopers Gruimorphae

Koerlan | Aramus guarauna

Limpkin | Carao

De koerlan is een grote, bruine moerasvogel met lange poten en een lange, licht gebogen snavel, de enige soort in zijn familie. Hij is gespecialiseerd in het eten van grote zoetwaterslakken (appelslakken). In het gidsgebied is hij een standvogel van zoete moerassen, rivieroevers en mangrove in het laagland, van het westen en oosten van Mexico tot in Panama. Zijn luide, klagende roep is in de schemering en 's nachts ver te horen.

Koerlan (Aramus guarauna)
Foto: Bernard DUPONT from FRANCE — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een zeer luide, klagende, ver dragende kreet, krr-ááuw of kree-ow, vaak meerdere keren herhaald. Roept vooral in de schemering en 's nachts, en in het broedseizoen het meest. Daarnaast zachte klokkende en klikkende geluiden.

Luister: RoepXC1173199

Opname: Juan Freile — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

56–71 cm. Een slanke, hoogbenige vogel met een lange hals, ongeveer zo groot als een kleine reiger maar met de bouw van een ibis of kraanvogel. Het verenkleed is donker chocoladebruin, met fijne witte strepen op kop en hals en grotere witte, driehoekige vlekken op mantel, borst en vleugeldekveren; de slagpennen en staart zijn effen donkerbruin. De keel is licht. De snavel is lang, aan de basis geelachtig en naar de punt donker, licht omlaag gebogen; de punt van de ondersnavel staat iets scheef, een aanpassing om slakken uit hun huis te halen. De poten zijn donker olijfgrijs. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk; jonge vogels zijn bleker en vager gevlekt. Vliegt met gestrekte hals en hangende poten, met stijve slagen waarbij de opslag kort en snel is.

Verwarrings­soorten

De zwarte ibis Plegadis falcinellus en de witmaskeribis Plegadis chihi zijn kleiner en donkerder, met een sterker gebogen snavel en zonder witte vlekken; ze vliegen vaak in groepen met snelle slagen en zweefstukken. Jonge witte ibissen Eudocimus albus zijn grijsbruin met een witte buik en stuit en een roze-oranje snavel. De groene ibis Mesembrinibis cayennensis is gedrongener, donker groenglanzend en heeft kortere poten. Jonge tijgerroerdompen, zoals de Mexicaanse tijgerroerdomp Tigrisoma mexicanum, zijn fijn gebandeerd in plaats van wit gevlekt en hebben een rechte, dolkvormige snavel.

Leefgebied

Zoete moerassen met open water en drijvende vegetatie, oevers van langzaam stromende rivieren en meren, overstromingsbos, palmmoerassen en mangrove, plaatselijk ook rijstvelden en sloten; vooral in het laagland, tot ongeveer 1500 m. Zoekt lopend door ondiep water naar appelslakken, daarnaast zoetwatermossels, insecten en kleine dieren. Lege slakkenhuizen liggen vaak in hoopjes op vaste eetplekken. Het nest is een platform van plantenmateriaal in dichte oevervegetatie, een struik of laag in een boom boven het water.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

In Mexico aan de Pacifische kant van Sinaloa en Nayarit zuidelijk via Jalisco en Colima tot Oaxaca en Chiapas, en aan de Golfkant van het zuiden van Tamaulipas over Veracruz en Tabasco tot het hele schiereiland Yucatán. Verder in het laagland van heel Midden-Amerika, van Belize en Guatemala tot Panama, vooral in grote moerasgebieden. De vogels in het gidsgebied behoren tot de ondersoort A. g. dolosus. Buiten het gidsgebied in Florida, op Cuba, Hispaniola en Jamaica en in Zuid-Amerika tot in het noorden van Argentinië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Goede plekken zijn de mangrove en zoete moerassen rond San Blas in Nayarit, de lagunes van het schiereiland Yucatán, Crooked Tree in Belize en Palo Verde en Caño Negro in Costa Rica. De vogels zijn vaak het best te zien vanaf een boot langs de oevers. Hoopjes lege appelslakkenhuizen verraden de aanwezigheid; 's avonds is de roep een goede aanwijzing.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. In het gidsgebied plaatselijk algemeen in grote moerassen, maar achteruitgegaan door ontwatering, vervuiling van zoetwater en jacht. Omdat de soort sterk afhangt van appelslakken, is zij gevoelig voor veranderingen in waterpeil en waterkwaliteit.

Wetenschappelijke naam

Aramus guarauna | (Linnaeus, 1766)

Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Scopolax Guarauna; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Aramus werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Aramus gaat vermoedelijk terug op een Grieks woord voor een onbekende watervogel; de precieze herkomst is onzeker. guarauna is waarschijnlijk ontleend aan Guarauna, de Tupi-naam die Marcgrave in Brazilië voor deze vogel optekende. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zuid-Amerika (niet nader bepaald).