Alle soorten › Zangvogels › Troepialen › Vlekrugtroepiaal

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Vlekrugtroepiaal | Icterus pustulatus

Streak-backed Oriole | Bolsero dorso rayado

De vlekrugtroepiaal is een oranje troepiaal van droogbos en doornstruweel aan de Pacifische kant van Mexico en het noordelijk Midden-Amerika. Hij is te herkennen aan de oranje rug met zwarte vlekken of strepen. Binnen de soort verschillen de vormen sterk; die van de Tres Marías-eilanden en die van het zuiden van Mexico en Midden-Amerika worden als aparte ondersoortgroepen onderscheiden.

Vlekrugtroepiaal (Icterus pustulatus)
Foto: 3HEADEDDOG — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een reeks volle fluittonen, afgewisseld met kwetterende tonen. Als roep een droog, raspend gekwetter en een kort tsjek.

Luister: ZangXC954844

Opname: Étienne Leroy — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

19–21 cm. Mannetje: kop en onderdelen geeloranje tot vlammend oranjerood, in het zuiden het diepst gekleurd; een zwarte teugel en zwarte keelvlek. Rug oranje met zwarte vlekken of strepen, bij zuidelijke vogels zo dicht dat de rug bijna zwart lijkt. Vleugels zwart met een witte vleugelband en brede witte randen aan de grote dekveren en slagpennen. Staart zwart. Vrouwtje: geler en doffer, met een olijfkleurige, gestreepte rug en een kleinere zwarte keelvlek. Jonge vogels zijn olijfgeel, met weinig zwart op de keel.

Verwarrings­soorten

Het mannetje van de maskertroepiaal Icterus cucullatus heeft een ongestreepte zwarte rug en een langere, sterker gebogen snavel. De altamiratroepiaal Icterus gularis is groter, heeft een dikke snavel, een zwarte rug en een oranje schoudervlek. Bullocks troepiaal Icterus bullockiorum, in de winter in hetzelfde gebied, heeft een zwarte oogstreep en kruin en een ongestreepte rug. De vlekborsttroepiaal Icterus pectoralis heeft een zwarte rug en zwarte vlekken op de borstzijden.

Leefgebied

Droog tropisch bos, doornstruweel, oeverbos in droge streken, halfopen terrein met verspreide bomen en weiland, ook dorpen en tuinen, van zeeniveau tot ongeveer 1800 m in de binnendalen. Eet insecten, vruchten en nectar, vaak in bloeiende bomen. Het nest is een lange, hangende buidel aan het uiteinde van een tak.

Verspreiding en trek

Endemisch voor het gidsgebied: Pacifische kant van Mexico vanaf het zuiden van Sonora en het westen van Chihuahua tot Chiapas, met het Balsasbekken en de Tres Marías-eilanden, en verder door Guatemala, El Salvador, Honduras en Nicaragua tot het noordwesten van Costa Rica (Guanacaste). Zwerft soms naar het zuidwesten van de Verenigde Staten.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Geregeld te zien in droogbos en dorpen langs de Pacifische kust van Mexico, bijvoorbeeld rond San Blas in Nayarit, en in Guanacaste in Costa Rica, vaak bij bloeiende bomen in het droge seizoen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Vrij algemeen in droog, halfopen terrein; het verlies van droogbos aan landbouw is plaatselijk een knelpunt.

Wetenschappelijke naam

Icterus pustulatus | (Wagler, 1829)

Wagler beschreef de soort in 1829 als Ps[arocolius] pustulatus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Icterus werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Icterus komt van het Griekse ikteros, een gele vogel — doorgaans opgevat als de wielewaal — waarvan de aanblik geelzucht zou genezen. pustulatus is Latijn voor 'met blaasjes, puistig', van pustula 'puistje', naar de zwarte vlekjes en strepen op de rug. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Mexico.