Alle soorten › Zangvogels › Vireo's › Witoogvireo

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Witoogvireo | Vireo griseus

White-eyed Vireo | Vireo ojo blanco

De witoogvireo is een kleine, levendige vireo van dicht struikgewas, met gele brilstrepen en bij volwassen vogels een opvallend wit oog. In het noordoosten van Mexico zijn er standvogels; in de winter komen er trekvogels uit Noord-Amerika bij, die tot in het noorden van Midden-Amerika gaan.

Witoogvireo (Vireo griseus)
Foto: Don Faulkner — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een korte, explosieve frase van scherpe tonen, vaak beginnend en eindigend met een kort tsjik, en wordt veel herhaald; soms worden geluiden van andere vogels nagebootst. Roept met een raspend, mopperend gekwetter.

Luister: ZangXC1145335

Opname: steve — CC BY-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

12–13 cm. Kop en bovendelen olijfgroen, nek en zijhals grijzig. Teugel en oogring geel, samen een opvallende bril. Oog wit bij volwassen vogels, donker bij jonge vogels. Twee witte vleugelstrepen. Onderdelen wit, flanken geel.

Verwarrings­soorten

De mangrovevireo Vireo pallens heeft een donker oog, mist de grijze nek en heeft minder contrastrijke vleugelstrepen. De geelborstvireo Vireo flavifrons heeft een gele keel en borst. De cozumelvireo Vireo bairdi heeft kaneelbruine wangen en geen gele bril.

Leefgebied

Dicht struikgewas, verruigde bosranden, jong secundair bos, struweel langs rivieren en droog tot halfvochtig bos, in het laagland. Leeft verscholen laag in de begroeiing en zoekt daar insecten en in de winter ook bessen.

Verspreiding en trek

Standvogel aan de Atlantische kant van het noordoosten van Mexico, van Nuevo León en Tamaulipas tot in Veracruz. Wintergasten verspreiden zich over het oosten van Mexico, het schiereiland Yucatán, Belize, het noorden van Guatemala en Honduras; schaars tot zeldzaam verder zuidelijk. Buiten het gidsgebied broedt hij in het oosten van de Verenigde Staten.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Laat zich vaak eerder horen dan zien; bij geduldig wachten komt hij meestal even naar de rand van het struikgewas.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Algemeen in zijn broedgebied en in de winter vrij algemeen in het oosten van Mexico en op het schiereiland Yucatán.

Wetenschappelijke naam

Vireo griseus | (Boddaert, 1783)

Boddaert beschreef de soort in 1783 als Tanagra grisea; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Vireo werd in 1808 ingevoerd door Vieillot. Vireo werd door Latijnse schrijvers gebruikt voor een kleine, groene trekvogel, waarschijnlijk de wielewaal; ook de groenling is voorgesteld. griseus is middeleeuws Latijn voor 'grijs', naar de grijze tinten van kop en rug. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit New Orleans, Louisiana (VS).