Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Woestijnbuizerd
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Havikachtigen en uilen Hieraves
Woestijnbuizerd | Parabuteo unicinctus
Harris's Hawk | Aguililla rojinegra
De woestijnbuizerd is een donkere, chocoladebruine buizerd met kastanjebruine schouders en dijen, lange gele poten en een zwarte staart met een witte basis en witte top. Hij leeft in droog, open land en jaagt vaak in familiegroepjes die samen een prooi omsingelen; soms zitten de vogels zelfs op elkaars rug op een paal of cactus. In het gidsgebied is hij een standvogel, algemeen in het noorden en westen van Mexico en schaars en plaatselijk verder naar het zuiden.
Geluid
Een harde, raspende, langgerekte iirrrrrr, vooral bij verstoring rond het nest.
Opname: Ricardo José Mitidieri — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
46–59 cm, met brede vleugels, een lange staart en lange poten. Volwassen vogels zijn donker chocoladebruin met kastanjebruine schouders, ondervleugeldekveren en dijen. Washuid, teugel en poten zijn geel. De staart is zwart met een brede witte basis en een smalle witte top; de witte basis is ook boven de staart te zien. In de vlucht steken de kastanjebruine ondervleugeldekveren af tegen de donkere slagpennen. Jonge vogels zijn lichter, met witte, donker gestreepte onderdelen, minder kastanjebruin en een fijn gebandeerde staart met een lichte basis. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk; het vrouwtje is duidelijk groter.
Verwarringssoorten
De zwarte buizerd Buteogallus anthracinus en de zwarte arendbuizerd Buteogallus urubitinga zijn egaal zwart zonder kastanjebruin en hebben een brede witte band halverwege de staart. De bandstaartbuizerd Buteo albonotatus is slanker, heeft grijs gebandeerde slagpennen en vliegt met de vleugels in een V, zoals een kalkoengier. Jonge woestijnbuizerds lijken op jonge roodstaartbuizerds Buteo jamaicensis, maar hebben een langere staart met een witte basis en kastanjebruine schouders.
Leefgebied
Woestijn en halfwoestijn met zuilcactussen, mezquite en doornstruweel, droog open grasland met verspreide bomen, veeteeltland en de randen van akkers, en in het zuiden van het gidsgebied ook droge kustvlaktes en mangrove. Zit op palen, elektriciteitsmasten, cactussen en dode bomen en jaagt vanaf de grond tot in de lucht op hazen, knaagdieren, vogels en hagedissen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Standvogel in het noorden van Mexico, van Baja California, Sonora en Chihuahua tot Coahuila, Nuevo León en Tamaulipas, zuidwaarts over het centrale plateau en langs de Pacifische kant tot in Oaxaca, en aan de Golfkant tot in het noorden van Veracruz. In Midden-Amerika schaars en plaatselijk, vooral in droog open land en mangrove langs de Pacifische kant van El Salvador, Honduras, Nicaragua en Costa Rica; zeldzaam in Panama. Buiten het gidsgebied in het zuidwesten van de Verenigde Staten en in Zuid-Amerika tot in Chili en Argentinië.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In de Sonorawoestijn en op het schiereiland Baja California zitten familiegroepjes vaak op zuilcactussen en elektriciteitsmasten langs de weg. In het mezquitestruweel van Nuevo León en Tamaulipas zijn de vogels in de vroege ochtend te zien als ze samen op jacht gaan.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. In het noorden van Mexico plaatselijk algemeen; in Midden-Amerika schaars.
Wetenschappelijke naam
Parabuteo unicinctus | (Temminck, 1824)
Temminck beschreef de soort in 1824 als Falco unicinctus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Parabuteo werd in 1874 ingevoerd door Ridgway. Parabuteo is Grieks para 'naast, verwant aan' plus het geslacht Buteo: 'bijna-buizerd'. unicinctus is Latijn, van unus 'één' en cinctus 'omgord': 'met één band', naar de witte band aan de staartbasis. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit bij Boa Vista, Roraima, Brazilië.






