Alle soorten › Hoenderachtigen › Tandkwartels › Zwartborsttandkwartel

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Eend- en hoendervogels Galloanserae

Zwartborsttandkwartel | Odontophorus leucolaemus

Black-breasted Wood Quail | Corcovado pechinegro

De zwartborsttandkwartel is een zeer donkere tandkwartel met een witte keel, van het natte bergbos van Costa Rica en het westen van Panama. Groepjes leven verborgen in de dichte ondergroei en worden veel vaker gehoord dan gezien. De soort komt buiten het gidsgebied niet voor.

Zwartborsttandkwartel (Odontophorus leucolaemus)
Foto: Tristan Jobin — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een snel, ritmisch en rollend duet of koor van fluitende tonen, door de groep minutenlang herhaald, vooral bij dageraad. Verder zachte piepende en kakelende contactgeluiden.

Luister: ZangXC610574

Opname: Jorge Gabriel Campos — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

22–25 cm; een kleine, gedrongen tandkwartel met een korte staart en een korte, donkerbruine kuif. Het verenkleed is grotendeels zwartachtig bruin. De keel is wit, scherp afgezet tegen een zwarte borst; de omvang van het wit verschilt per vogel en is bij sommige klein. Buik en flanken zijn donkerbruin met fijne zwarte en lichte bandering. De bovendelen zijn donkerbruin, fijn zwart gevermiculeerd. De snavel is zwart, de poten zijn donkergrijs. Mannetje en vrouwtje zijn vrijwel gelijk.

Verwarrings­soorten

De gevlekte tandkwartel Odontophorus guttatus leeft in hetzelfde bergbos, maar is bruiner, met een oranje of bruine kuif, een zwarte keel met witte streepjes en witte druppelvlekken op de onderdelen. De zwartoortandkwartel Odontophorus melanotis leeft lager, heeft een zwarte keel en een kastanjebruine borst. De gemarmerde tandkwartel Odontophorus gujanensis van het laagland is egaal bruin met een oranjerode huid rond het oog.

Leefgebied

De bodem van nat bergbos en nevelwoud, vooral aan de Caribische kant, van ongeveer 700 tot 1850 m, met een voorkeur voor dichte ondergroei, steile hellingen en ravijnen. Leeft in groepjes van vier tot tien vogels die samen in het bladstrooisel en de mosrijke bodem naar zaden, vruchten en ongewervelde dieren zoeken.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

In Costa Rica in de Cordillera de Tilarán, de Cordillera Central en de Talamanca, en in het westen van Panama in Chiriquí, Bocas del Toro en Veraguas. De soort komt buiten het gidsgebied niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In het nevelwoud van Monteverde en in Braulio Carrillo, en in Panama in het Fortuna-gebied in Chiriquí. Het koor is het beste aanknopingspunt; bij een stille nadering kruist een groep soms een pad.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Plaatselijk vrij algemeen in grote, beschermde bosgebieden; met een klein verspreidingsgebied wel gevoelig voor het verdwijnen en versnipperen van bergbos.

Wetenschappelijke naam

Odontophorus leucolaemus | Salvin, 1867

Salvin beschreef de soort in 1867 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Odontophorus werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Odontophorus is Grieks, van odous, odontos 'tand' en -phoros 'dragend': 'tanddrager', naar de getande rand van de ondersnavel. leucolaemus is Grieks, van leukos 'wit' en laimos 'keel', naar de witte keel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cordillera de Tolé, Veraguas, Panama.